
In deze briefwisseling schrijven Michiel van Vugt en Julian Schouwenaars elkaar wekelijks over beleggen. Niet over markttiming of onhaalbare rendementen, maar over gedrag, keuzes en de werkelijkheid achter de cijfers. Door elkaar brieven te sturen nemen ze afstand van de waan van de dag en zoeken ze naar wat beleggers en adviseurs écht verder helpt.
Beste Julian,
Dank voor je brief. Wat je schrijft over het verschil tussen wat beleggers zeggen en wat ze doen, is misschien wel de meest herkenbare paradox in ons vak. En tegelijk raakt het precies de kern van waarom structuur zo’n belangrijke rol speelt.
Want als we eerlijk zijn, weten we allang dat gedrag moeilijk veranderbaar is. Niet omdat mensen het niet begrijpen, maar omdat emoties simpelweg sterker zijn op het moment dat het ertoe doet. De korte termijn voelt urgent, tastbaar en echt. De lange termijn blijft abstract, ook al weten we rationeel dat die belangrijker is.
En precies daarom geloof ik zo sterk in de kracht van structuur.
Structuur is in mijn ogen niets anders dan vooraf genomen beslissingen die ons beschermen tegen onszelf. Het is de vertaling van een rationeel moment naar een houvast op irrationele momenten. Denk aan een duidelijke verdeling, periodiek beleggen, het vermijden van continue keuzes en het accepteren dat onrust onderdeel is van het proces — niet een signaal om te handelen.
Wat ik in de praktijk zie, is dat beleggers met een duidelijke structuur anders reageren. Niet omdat ze minder emotie voelen, maar omdat ze minder ruimte hebben om die emotie direct om te zetten in actie. En dat maakt een wereld van verschil.
Voorbeelden
Neem bijvoorbeeld iets ogenschijnlijk eenvoudigs als een automatische incasso naar een beleggingsrekening. Klanten die maandelijks automatisch inleggen, bouwen vermogen op zonder dat elke storting opnieuw een beslissing vereist. Het haalt timing uit het proces en verlaagt de mentale drempel om te starten én vol te houden.
Een ander voorbeeld is het werken met vooraf vastgestelde bandbreedtes en periodiek herbalanceren. Niet telkens inspelen op wat er in de markt gebeurt, maar op bepaalde momenten terugbrengen naar de afgesproken verdeling. Daarmee voorkom je dat stijgingen leiden tot overmatige risico-opbouw, of dat dalingen leiden tot defensief doorschieten. Dit is vaak een typische ‘fout’ van de doe-het-zelf belegger. De structuur ‘corrigeert’ gedrag voordat het ontspoort.
Zonder structuur wordt iedere marktbeweging een beslismoment. Met structuur wordt het ruis.
Daar zit voor mij ook een belangrijke link met wat jij zegt over herhaling. Structuur en herhaling versterken elkaar. Waar structuur het gedrag begrenst, zorgt herhaling ervoor dat de klant blijft begrijpen waarom die structuur er is. Het één zonder het ander is kwetsbaar. Samen vormen ze een stevig fundament.
En misschien is dat wel de belangrijkste les: we hoeven emoties niet uit te schakelen — dat kan ook helemaal niet. Maar we kunnen wél de impact ervan beperken door vooraf kaders te stellen waarbinnen iemand beweegt.
In die zin is structuur geen technisch element van beleggen, maar een gedragsinstrument.
Rol van de adviseur
Wat mij daarbij intrigeert, is de rol die wij als adviseurs daarin spelen. Want structuur ontstaat zelden spontaan. Die wordt ontworpen, uitgelegd en bewaakt. En misschien nog belangrijker: die moet op de juiste momenten opnieuw bevestigd worden.
Daarmee kom ik vanzelf bij jouw vraag. Als structuur zo bepalend is, wat betekent dat dan voor de rol van de adviseur?
Ik ben benieuwd hoe jij daarnaar kijkt. Zie jij de adviseur primair als degene die die structuur vertaalt en bewaakt richting de klant? En in hoeverre wordt de adviseur daarmee eigenlijk een gedragscoach — niet alleen in gesprek, maar ook in de manier waarop hij beleggen inricht en begeleidt?
Ik kijk uit naar je reactie.
Hartelijke groet,
Michiel
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







