Brieven over beleggen – waarom lijfrente blijft liggen

0

In deze briefwisseling schrijven Michiel van Vugt en Julian Schouwenaars elkaar wekelijks over beleggen. Niet over markttiming of onhaalbare rendementen, maar over gedrag, keuzes en de werkelijkheid achter de cijfers. Door elkaar brieven te sturen nemen ze afstand van de waan van de dag en zoeken ze naar wat beleggers en adviseurs écht verder helpt.

“Lijfrente blijft liggen omdat de toekomst slecht kan onderhandelen met het heden”

Beste Julian,

Dank voor je brief. Je schrijft dat pensioen voor veel mensen een vaag begrip blijft omdat het voelt als iets dat ver weg ligt. Volgens mij raakt dat precies de reden waarom ook lijfrente vaak onvoldoende aandacht krijgt.

Want als pensioen abstract is, dan is lijfrente misschien wel de overtreffende trap daarvan.

Dat is eigenlijk best opmerkelijk. Wanneer we er rationeel naar kijken, is een lijfrente voor veel mensen één van de aantrekkelijkste financiële mogelijkheden die er bestaat. De fiscale voordelen zijn duidelijk. Het doel is helder. En voor ondernemers en particulieren met een pensioentekort kan het op lange termijn een enorme bijdrage leveren aan hun financiële vrijheid.

Toch blijft ieder jaar een groot deel van de beschikbare jaarruimte ongebruikt.

Ik denk niet dat dit komt doordat mensen de voordelen niet begrijpen. Het komt volgens mij doordat ze die voordelen niet voelen.

En dat is een belangrijk verschil.

Veel financiële beslissingen worden achteraf verklaard met logica, cijfers en berekeningen. Maar op het moment zelf worden ze vaak genomen op basis van gevoel. Vanuit dat perspectief heeft een lijfrente een lastig verhaal.

Je zet geld vast voor later. Je kunt er vandaag weinig mee. Je ervaart niet direct resultaat. Sterker nog, voor veel mensen voelt het alsof ze iets moeten opgeven.

Dat maakt de concurrentie met het heden bijna oneerlijk.

Een vakantie levert direct plezier op. Een verbouwing direct comfort. Een investering in de onderneming direct zichtbare kansen. Bij een lijfrente moet je vertrouwen op een toekomst die je nog niet kunt zien.

En ons brein is nu eenmaal geneigd om directe beloningen veel zwaarder te waarderen dan toekomstige voordelen.

De opmerkelijke paradox bij ondernemers

Misschien zie je dat nergens zo duidelijk terug als bij ondernemers. Veel ondernemers begrijpen uitstekend waarom vermogensopbouw voor later belangrijk is. Tegelijkertijd vraagt een onderneming voortdurend om aandacht. Er zijn kansen, investeringen en ambities die vandaag spelen.

Daardoor voelt investeren in het bedrijf vaak actief en productief, terwijl geld reserveren voor de oude dag eerder passief lijkt.

Het gevolg is een opmerkelijke paradox. Ondernemers zijn dagelijks bezig met de toekomst van hun onderneming, maar stellen de toekomst van hun privévermogen regelmatig uit.

Niet uit onverschilligheid, maar omdat de onderneming tastbaarder voelt dan een pensioeninkomen over twintig of dertig jaar.

Wat daarbij ook niet helpt, is de manier waarop lijfrente vaak wordt uitgelegd.

We hebben het over jaarruimte, reserveringsruimte, fiscale aftrek en premiegrondslagen. Begrippen die technisch zeker relevant zijn, maar waar weinig mensen enthousiast van worden.

Terwijl de vraag die klanten bezighoudt meestal veel eenvoudiger is.

Niet hoeveel jaarruimte er beschikbaar is, maar hoeveel vrijheid ze later willen hebben.

Net zoals jij schreef dat mensen niet dromen van hun pensioen, dromen ze ook niet van een lijfrenterekening. Ze dromen van de mogelijkheden die daaruit voortkomen. Van eerder kunnen stoppen met werken. Van financiële rust. Van de zekerheid dat toekomstige keuzes niet volledig afhankelijk zijn van werk of ondernemerschap.

De taak van adviseurs

Misschien ligt daar ook een belangrijke taak voor ons als adviseurs.

Niet alleen uitleggen hoe een regeling werkt, maar vooral zichtbaar maken wat die regeling mogelijk maakt. Op het moment dat iemand zijn toekomstige situatie voor zich ziet, verandert het gesprek. Dan gaat het niet meer over fiscaliteit. Dan gaat het over vrijheid.

En misschien is dat wel de belangrijkste les.

Lijfrente blijft niet liggen omdat de regeling zwak is. Lijfrente blijft liggen omdat de toekomst slecht kan onderhandelen met het heden.

Juist daarom hebben klanten behoefte aan iemand die af en toe namens die toekomst het woord neemt.

Dat brengt mij bij een vervolgvraag voor jou.

Stel dat een klant besluit om die jaarruimte daadwerkelijk te benutten. Dan volgt vrijwel altijd de volgende vraag: wat doen we vervolgens met dat geld?

Hoe kijk jij aan tegen beleggen binnen een lijfrente? En waarom past beleggen volgens jou juist zo goed binnen een regeling die bedoeld is voor de lange termijn?

Ik kijk uit naar je reactie.

Hartelijke groet,

Michiel

Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.

Deel dit artikel

Over de auteur

Michiel van Vugt is commercieel directeur bij NNEK/Fondsenplatform. Hij is voorzitter van Stichting Actief Klantbeheer, Lid van de DSI Adviescommissie en schrijver van meerdere boeken over geld en gedrag.

Reacties