
De opkoopbescherming heeft sinds de invoering in 2022 bijgedragen aan minder aankopen door beleggers en betere kansen voor koopstarters. Tegelijkertijd constateren onderzoekers dat de maatregel door veranderingen op de woningmarkt aan relevantie heeft ingeboet.
Als de opkoopbescherming blijft bestaan, adviseren de onderzoekers de doelen te herdefiniëren
Dat blijkt uit een evaluatie (Pdf) die RIGO en het Kadaster uitvoerden in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De onderzoekers concluderen dat de belangrijkste doelstellingen van de opkoopbescherming – het terugdringen van beleggersaankopen en het vergroten van de kansen voor koopstarters – zijn bereikt. Die effecten waren echter vooral zichtbaar in de eerste jaren na invoering. Inmiddels spelen andere beleidsmaatregelen en marktomstandigheden een grotere rol op de woningmarkt, waardoor de toegevoegde waarde van de regeling is afgenomen.
Effect vooral bij de start groot
De opkoopbescherming maakt het gemeenten mogelijk om in aangewezen gebieden en prijssegmenten het verhuren van aangekochte woningen gedurende vier jaar te verbieden, tenzij daarvoor een vergunning wordt verleend. Sinds 1 januari 2026 passen 72 van de 342 Nederlandse gemeenten het instrument toe. De groei van het aantal gemeenten dat de regeling invoert is de afgelopen jaren vrijwel tot stilstand gekomen.
Uit de econometrische analyse blijkt dat de regeling vooral effect had in gemeenten die de opkoopbescherming relatief vroeg invoerden, voor het tweede kwartaal van 2023. Daar nam de kans dat woningen door investeerders werden gekocht aantoonbaar af, terwijl de kansen voor koopstarters toenamen.
Bij gemeenten die later instapten is geen statistisch significant effect meer gevonden. Ook vonden de onderzoekers geen duidelijke aanwijzingen voor een waterbedeffect, waarbij beleggers zouden uitwijken naar buurten of prijssegmenten zonder opkoopbescherming.
Maatregel breder ingezet
Hoewel de maatregel aan kracht heeft ingeboet, willen de meeste gemeenten haar behouden. Zij zien de opkoopbescherming als een vangnet voor het geval beleggers opnieuw actiever worden op de bestaande woningmarkt of de regulering van de middenhuur wordt versoepeld. Daarnaast gebruiken gemeenten het instrument steeds vaker als onderdeel van een breder pakket aan maatregelen om de leefbaarheid te verbeteren en kamergewijze verhuur te beperken.
De onderzoekers plaatsen daarbij wel kanttekeningen. De kwaliteit van de onderbouwing verschilt sterk tussen gemeenten en de formele motivering sluit niet altijd aan bij de werkelijke reden om de maatregel in te zetten. Ook de uitvoering en handhaving lopen uiteen. Grotere gemeenten controleren actief, terwijl kleinere gemeenten vaak vooral vertrouwen op meldingen van inwoners en het afschrikwekkende effect van de regeling.
Nieuwe beleidskeuze nodig
Volgens de evaluatie is daarom een beleidskeuze nodig. Als de opkoopbescherming blijft bestaan, adviseren de onderzoekers de doelen te herdefiniëren en de onderbouwing voor gemeenten te standaardiseren. Mocht de regeling worden afgeschaft, dan adviseren zij het investeringsgedrag van beleggers en de positie van koopstarters nauwlettend te blijven volgen, terwijl gemeenten voor leefbaarheid kunnen terugvallen op andere instrumenten.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







