
Een werknemer heeft geen recht op een uitkering uit een WIA-bodemverzekering wanneer hij pas geruime tijd na afloop van de wachttijd minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard. Dat oordeelt Kifid in een klacht tegen ASR Schadeverzekering.
De zaak draaide om een werknemer die via zijn werkgever verzekerd was met een WIA-bodemverzekering. Na de wettelijke wachttijd van 104 weken stelde het UWV in juni 2023 vast dat hij voor 47,04% arbeidsongeschikt was. Hij ontving daarop een loongerelateerde WGA-uitkering.
In augustus 2025 stopte deze uitkering omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage inmiddels was gedaald tot minder dan 35%. De consument deed vervolgens een beroep op de WIA-bodemverzekering, maar ASR wees de claim af.
Dekking alleen direct na wachttijd
Volgens de verzekeringsvoorwaarden bestaat alleen recht op een aanvulling wanneer een verzekerde direct na afloop van de WIA-wachttijd door het UWV voor minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard en daardoor geen WIA-uitkering ontvangt.
De consument stelde dat deze voorwaarde niet duidelijk uit de polis bleek en dat hij ervan uit mocht gaan dat ook een latere verlaging van het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de dekking viel. Kifid volgt die redenering niet.
De Geschillencommissie oordeelt dat de voorwaarden op dit punt duidelijk zijn geformuleerd. Uit de polis blijkt volgens Kifid dat uitsluitend het arbeidsongeschiktheidspercentage direct na afloop van de wachttijd bepalend is voor de dekking.
Geen dekking bij latere wijziging
Omdat de werknemer na afloop van de wachttijd juist meer dan 35% arbeidsongeschikt was verklaard en een WGA-uitkering ontving, ontstond volgens Kifid geen recht op een uitkering uit de verzekering. Dat de arbeidsongeschiktheid later afnam tot onder de 35%, maakt dat niet anders.
Ook het argument dat medewerkers van de verzekeraar telefonisch zouden hebben aangegeven dat er dekking bestond, slaagde niet. Volgens Kifid heeft de consument die stelling onvoldoende onderbouwd en blijkt een dergelijke toezegging niet uit de overgelegde correspondentie.
Geen recht op premierestitutie
De consument vroeg daarnaast om terugbetaling van premie, omdat de verzekering volgens hem na toekenning van de WGA-uitkering feitelijk geen waarde meer had. Ook die vordering wees Kifid af. De premie werd betaald door de werkgever, die tevens verzekeringnemer was, waardoor de consument geen aanspraak kan maken op premierestitutie.
De Geschillencommissie verklaarde de klacht ongegrond en wees de vordering af. Het gaat om een niet-bindende uitspraak.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







