
Het gebruik van startersleningen neemt verder toe. In de eerste helft van 2026 werd bij 8,3% van de woninghypotheken voor starters ook een starterslening afgesloten, tegen 6,4% een jaar eerder, blijkt uit cijfers van het Kadaster.
In de eerste helft van 2021 maakte nog 3,2% van de starters gebruik van een starterslening. Inmiddels bieden meer dan 300 van de 342 gemeenten deze mogelijkheid aan. De lening overbrugt het verschil tussen de maximale hypotheek die een starter kan krijgen en de prijs van de koopwoning.
Vooral onder jonge starters wordt de regeling relatief vaak gebruikt. Van de starters tot 25 jaar sloot in de eerste helft van dit jaar 15,2% een starterslening af. Onder 25- tot 35-jarigen ging het om 8,6%.
De gemiddelde starterslening bedroeg ongeveer 37.000 euro, tegenover circa 35.700 euro een jaar eerder en ruim 30.000 euro in de eerste helft van 2021. De gemiddelde loan-to-value (LTV) van starters die gebruikmaakten van een starterslening kwam uit op ongeveer 94%. Voor alle starters samen was dat 91,5%.
In Lelystad werd onder de meer stedelijke gemeenten relatief het vaakst een starterslening gebruikt: bij 43% van de betreffende hypotheken. Daarna volgen Roosendaal (28%), Hoorn (26%), Helmond (25,5%) en Venlo (25%). Onder minder stedelijke gemeenten voert Texel met 52% de lijst aan.
Bijna 217.000 nieuwe hypotheken
Ook de totale hypotheekmarkt groeide ten opzichte van een jaar eerder. In de eerste helft van 2026 werden bijna 217.000 nieuwe hypotheken afgesloten, 5% meer dan in dezelfde periode van 2025. Vergeleken met de tweede helft van vorig jaar daalde het aantal echter met 10%.
Bijna 183.000 hypotheken waren bestemd voor de aankoop van een woning. Dat waren er 3,9% meer dan een jaar eerder. Daarnaast werden ruim 34.000 over- en bijsluitingen geregistreerd, een stijging van 8%.
Het aandeel over- en bijsluitingen in het totale aantal hypotheken steeg daarmee tot bijna 16%. Dat is het hoogste percentage sinds de eerste helft van 2023, maar nog ruim onder de piek van 41% in de eerste helft van 2022.
Hypotheeksom stijgt naar 84,8 miljard euro
Met alle nieuwe hypotheken was in de eerste zes maanden van 2026 een bedrag van 84,8 miljard euro gemoeid. Dat is 8% meer dan een jaar eerder, maar 11% minder dan in de tweede helft van 2025.
Van het totaal ging 74,5 miljard euro naar hypotheken voor woningaankopen. Voor over- en bijsluitingen werd 10,3 miljard euro geleend. Dat laatste bedrag lag 15% hoger dan een jaar eerder.
De gemiddelde hypotheeksom voor een woningaankoop kwam uit op ruim 517.000 euro, een stijging van 5,3% op jaarbasis. Voor over- en bijsluitingen bedroeg de gemiddelde hypotheeksom bijna 302.000 euro.
Gemiddelde LTV licht lager
Woningkopers financierden gemiddeld 87,3% van de koopsom met een hypotheek. Een jaar eerder bedroeg deze LTV nog 87,9%. Sinds de eerste helft van 2019 is de gemiddelde LTV gedaald van 92% naar 87,3%.
Er zijn daarbij duidelijke verschillen naar leeftijd, woningprijs en energielabel. Kopers tot 35 jaar leenden gemiddeld 89,9% van de koopsom, tegenover 60,2% bij kopers van 65 jaar en ouder.
Ook bij duurdere woningen ligt de LTV lager. Voor woningen tot 200.000 euro bedroeg deze gemiddeld 96,8%, terwijl bij woningen van meer dan 1 miljoen euro gemiddeld 69,5% van de koopsom met een hypotheek werd gefinancierd.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







