Prinsjesdag: ‘Adviseer in scenario’s, niet in uitkomsten’

0

Prinsjesdag bracht financiële adviseurs een flink pakket aan plannen, maar op belangrijke dossiers is juist nog veel onzeker. Volgens Frank Paalman en Rob Timmermans van Impact Financiële Opleidingen vraagt dat om voorzichtigheid in de adviespraktijk.

“Uitstel is geen afstel, maar wel een adviesrisico”

Tijdens een webinar op woensdagochtend na Prinsjesdag vertaalden zij de belangrijkste maatregelen uit onder meer de Miljoenennota en het Belastingplan naar de adviestafel. Hun belangrijkste boodschap: adviseer in scenario’s en wees terughoudend met onomkeerbare keuzes.

Uitstel is een adviesrisico

Paalman en Timmermans namen de bijna 600 kijkers naar het webinar in hoog tempo mee langs onder meer inkomen en koopkracht, box 3, de eigen woning, overdrachtsbelasting, sociale zekerheid, pensioen, schenken en erven en de positie van ondernemers. Daarbij maakten ze nadrukkelijk onderscheid tussen maatregelen die al vaststaan, voorstellen waarover nog politieke besluitvorming nodig is en plannen die zijn uitgesteld. Juist dat onderscheid is volgens Paalman belangrijk voor adviseurs. Een maatregel die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, is immers nog niet automatisch wetgeving. “Uitstel is geen afstel, maar wel een adviesrisico”, waarschuwde hij. Wie bijvoorbeeld nu al vermogen van box 3 naar box 2 overhevelt op basis van verwachte wijzigingen, kan later ontdekken dat de uiteindelijke regelgeving anders uitpakt.

Box 3 blijft hoofdpijndossier

Rob Timmermans

Box 3 was een van de onderwerpen waarbij die onzekerheid volgens de twee opleiders sterk speelt. De toekomstige belastingheffing over werkelijk rendement is nog volop in beweging. Daarbij gaat het onder meer over het verschil tussen een vermogensaanwasbelasting, waarbij ook niet-gerealiseerde waardestijging wordt belast, en een vermogenswinstbelasting, waarbij belastingheffing pas volgt als de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Dat verschil kan grote gevolgen hebben voor de adviespraktijk, benadrukten Paalman en Timmermans. Niet alleen voor het moment waarop belasting moet worden betaald, maar mogelijk ook voor keuzes rond beleggen, vastgoed en de manier waarop vermogen wordt gestructureerd. “Adviseer in scenario’s, niet in uitkomsten”, vatte Paalman het samen. Zolang niet duidelijk is hoe de regels uiteindelijk uitpakken, waarschuwt hij vooral voor “onomkeerbare herstructureringen van het vermogen”. De stap van vastgoed in box 3 naar box 2 kan op basis van de huidige verwachtingen aantrekkelijk lijken, maar latere regelgeving kan volgens hem tot een andere uitkomst leiden.

Ook binnen het huidige box 3-stelsel zijn er ontwikkelingen om rekening mee te houden. Het forfaitaire rendement voor overige bezittingen gaat volgens de besproken plannen naar 6,37%. Paalman en Timmermans wijzen erop dat daardoor in sommige situaties opnieuw moet worden bekeken of de tegenbewijsregeling interessant is. “Verdiep je even goed in de regels daaromtrent, voordat je richting dat advies gaat”, waarschuwde Timmermans.

Het fiscale voordeel voor groen beleggen wordt ondertussen verder beperkt. Voor Paalman is de richting duidelijk: “Dit motiveert niet meer om groen te beleggen.”

2031 komt steeds dichterbij

Frank Paalman

Bij de eigen woning gebeurt volgens de sprekers op het eerste gezicht juist weinig. De fiscale eigenwoningregeling blijft daarmee echter ook complex. En ondertussen komt 2031 steeds dichterbij, het jaar waarin voor de eerste groep huiseigenaren de maximale termijn van dertig jaar hypotheekrenteaftrek afloopt. Volgens Paalman en Timmermans is dat reden om nu al veel aandacht te besteden aan het eigenwoningverleden van klanten. Zeker bij meerdere woningen, eerdere relaties, oversluitingen en verschillende leningdelen kan het reconstrueren daarvan ingewikkeld zijn.

“Blijf erop focussen dat je dat eigenwoningverleden van die klant zo goed mogelijk in beeld brengt”, zei Paalman. Volgens Timmermans moet er richting 2031 politieke duidelijkheid komen over hoe met deze groep wordt omgegaan. Paalman zou zelf het liefst zien dat de dertigjaarstermijn uit de wet verdwijnt en er één einddatum voor de hypotheekrenteaftrek komt. Hij noemde daarbij 31 december 2043, wanneer ook de renteaftrek voor schulden onder het overgangsrecht eindigt. Timmermans ziet daar in ieder geval een voordeel in: “Dat geeft duidelijkheid en transparantie.”

Meer ruimte voor betaalbare koop

Een wijziging waar de twee opleiders positief over zijn, betreft bepaalde betaalbare koopconstructies. Nu kan de eigenwoningregeling een probleem vormen wanneer een koper minder dan 50% belang heeft bij de waardeontwikkeling van de woning. Volgens het besproken voorstel komt er onder voorwaarden een wettelijke fictie waardoor de woning toch als eigen woning kan kwalificeren als het belang van de koper binnen maximaal tien jaar ten minste lineair oploopt naar 100%. Dat kan bijvoorbeeld relevant zijn bij bepaalde KoopGarant-achtige constructies. “Ik denk dat dit wel een hele goede wijziging is”, zei Timmermans. Volgens hem ontstaan daarmee meer mogelijkheden om mensen via dergelijke regelingen een woning te laten kopen.

Paalman wees er daarbij op dat de precieze afspraken over de waardeontwikkeling belangrijk blijven. Ook bij situaties waarin bijvoorbeeld ouders samen met hun kinderen een woning kopen, kan de economische verdeling van de waardeontwikkeling fiscaal bepalend zijn. Goede vastlegging daarvan is volgens hem noodzakelijk.

Timing kan duizenden euro’s schelen

Ook bij de overdrachtsbelasting kan timing relevant zijn. Paalman en Timmermans wezen tijdens het webinar op de hogere grens voor de startersvrijstelling, waarvan zij in het webinar voor 2027 uitgaan. Voor starters die rond de jaarwisseling een woning geleverd krijgen, kan het daarom volgens hen de moeite waard zijn om goed naar het moment van levering te kijken. “De datum van levering is bepalend en niet de datum waarop de koopovereenkomst is getekend”, benadrukte Paalman.

Bij een woning die net boven de huidige vrijstellingsgrens uitkomt, kan het volgens Timmermans daardoor financieel interessant zijn om te onderzoeken of levering in januari mogelijk is. Daarnaast bespraken zij het voorstel om het overdrachtsbelastingtarief voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt te verlagen van 8% naar 7%. Ook dat kan volgens hen relevant zijn voor klanten die vastgoed bezitten of een herstructurering van vastgoed overwegen.

Zonnepanelen veranderen het rekensommetje

Voor woningbezitters met zonnepanelen verandert eveneens het financiële plaatje. Door het verdwijnen van de salderingsregeling wordt het volgens Timmermans belangrijker om opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk zelf te gebruiken. Dat kan de belangstelling voor thuisbatterijen vergroten, verwacht hij. Maar daarmee is een thuisbatterij nog niet automatisch een goede investering. “Je zult voor jezelf moeten berekenen in hoeverre levert mij het iets op als ik dingen opsla, of juist niet.”

Ook de versnelde afbouw van de Wet Hillen kwam aan bod. Timmermans verwacht dat de politiek daar de komende jaren mogelijk nog verder aan zal sleutelen. “Ik vermoed dat hier ook nog een versnelling in gaat komen”, zei hij. Dat is nadrukkelijk zijn verwachting en geen aangekondigde maatregel.

Sociale zekerheid raakt bestaande adviezen

Veel aandacht was er ook voor de sociale zekerheid. Een aantal eerder aangekondigde ingrepen is uitgesteld of van tafel. Zo is de verkorting van de maximale WW-duur van 24 naar 12 maanden uitgesteld tot 2029. Ook verschillende wijzigingen rond arbeidsongeschiktheid zijn nog niet definitief. Voor de adviespraktijk is vooral van belang wat dergelijke wijzigingen uiteindelijk betekenen voor het inkomen van klanten bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Bij een financieel advies worden daarvoor immers scenario’s doorgerekend op basis van de sociale zekerheid die op dat moment geldt. Als die uitgangspunten veranderen, kan dat volgens Timmermans ook gevolgen hebben voor eerder gegeven adviezen. “Klopt nog wel wat we geadviseerd hebben?”, is dan de vraag die adviseurs zichzelf volgens hem moeten stellen. Mogelijk moet opnieuw met de klant worden bekeken of de gekozen oplossing nog aansluit.

Pensioen hogere inkomens

Ook bij pensioen zien Paalman en Timmermans een concreet aandachtspunt. Het kabinet wil de aftoppingsgrens van 137.800 euro voor fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw de komende jaren bevriezen. Dat bedrag is ook relevant voor de berekening van de jaarruimte. Voor mensen met hogere inkomens die de komende jaren wel salarisstijgingen krijgen, kan daardoor volgens Paalman meer aandacht nodig zijn voor aanvullende pensioenopbouw. Hij noemt daarbij bijvoorbeeld vermogen in box 3 en de netto lijfrente. “Als dat bevroren wordt de komende jaren, dan zie je mensen die hun pensioen opbouwen op basis van een hoger loongevend salaris, die boeten daar natuurlijk op in”, aldus Timmermans.

Schenken en erven in beweging

Ook schenken en erven passeerden de revue. Paalman en Timmermans verwachten dat de grote vermogensoverdracht tussen generaties de fiscale discussie over dit onderwerp de komende jaren actueel houdt. Een voorbeeld is de papieren schenking. Ouders die op papier aan hun kinderen schenken, moeten momenteel jaarlijks 6% rente daadwerkelijk aan de kinderen betalen om te voorkomen dat de schuld bij overlijden alsnog tot de nalatenschap wordt gerekend. Paalman wees tijdens het webinar op een voorstel om dit percentage te verlagen naar 3%. “Het is voorgesteld, maar nog niet zeker”, benadrukte hij.

Ook bij het schenken van een woning zien de sprekers beweging. Volgens Paalman blijft in 2027 de WOZ-waarde nog leidend. Hij verwacht echter dat in latere jaren opnieuw wordt gekeken naar een overgang naar de waarde in het economisch verkeer. Dat zou grote gevolgen kunnen hebben wanneer de actuele marktwaarde aanzienlijk hoger ligt dan de WOZ-waarde.

Niet te stellig adviseren

Daarmee kwamen Paalman en Timmermans uiteindelijk terug bij de rode draad van het webinar. Prinsjesdag levert adviseurs een groot aantal bedragen, grenzen en voorstellen op, maar de belangrijkste beslissingen zijn op verschillende dossiers nog niet genomen. Dat betekent volgens hen niet dat adviseurs kunnen afwachten. Zij moeten juist weten welke veranderingen mogelijk op klanten afkomen en verschillende scenario’s kunnen bespreken. Tegelijkertijd moeten zij duidelijk maken waar onzekerheid zit en voorkomen dat een verwachting als zekerheid wordt gepresenteerd.

“Wees alert dat je een aantal dingen niet stellig voorlegt aan die klant van: dit gaat er gebeuren”, aldus Timmermans. “Je zult hier en daar een slag om de arm moeten houden en samen met die klant kijken.” Of zoals Paalman het eerder in het webinar samenvatte: adviseer in scenario’s, niet in uitkomsten.

Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.

Deel dit artikel

Over de auteur

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.

Reacties