
De nieuwe regels die sinds 1 juli van kracht zijn voor ontslagvergoedingen en WW-uitkeringen, raken vooral de inkomenspositie van mensen met een hoog inkomen. Maar ook voor de lagere inkomensniveaus is de inkomensterugval na ontslag niet altijd langdurig op te vangen.
Aon Hewitt berekende voor verschillende leeftijden en inkomensniveaus hoe lang een ontslagen werknemer van een inkomen van 75% van het laatste salaris kan rondkomen. Daarbij is uitgegaan van de wettelijke WW-uitkering en de volledige inzet van de transitievergoeding.
Uit de berekeningen blijkt dat een 50-jarige werknemer met een jaarlijks inkomen van 48.000 euro of lager die na 25 dienstjaren wordt ontslagen, 44 maanden kan rondkomen van de WW-uitkering en de transitievergoeding. Bij een inkomen van 150.000 euro is dat iets meer dan twee jaar. Iemand van 40 met 15 dienstjaren en een inkomen onder 48.000, kan het 28 maanden financieel redden.
Dubbel nadelig
Hoge inkomens hebben bij ontslag een dubbel nadeel. Zij ontvangen geen WW-uitkering over het salaris boven 52.000 euro en sinds 1 juli is hun ontslagvergoeding – die voortaan transitievergoeding heet – gemaximaliseerd tot 75.000 euro of een jaarsalaris voor werknemers met een jaarlijks inkomen boven dat bedrag. Overigens verdient nog geen drie procent van alle Nederlandse werknemers meer dan 75.000 euro.
Transitievergoeding opeten
De transitievergoeding is officieel bedoeld voor omscholing of opleiding, zodat de kansen op een nieuwe baan verbeteren. Maar de meeste mensen zullen de transitievergoeding gebruiken als inkomensvoorziening na ontslag, voorspelt Frank Driessen van Aon Hewitt.
Driessen: “De WW-uitkering bedraagt maximaal zo’n 36.000 euro op jaarbasis. Inkomens tot 50.000 euro kunnen na ontslag van de WW-vergoeding rondkomen, maar de hogere inkomens niet. De hoge inkomens zullen een deel van hun transitievergoeding moeten inzetten als aanvulling op hun WW-uitkering.”
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







