
ABN Amro hoeft een belegger niet te compenseren voor een gemiste verkoop van aandelen Beyond Meat. Dat heeft Kifid geoordeeld in een zaak waarin een consument stelde dat de bank hem onvoldoende had geïnformeerd nadat een verkooporder door de Nasdaq-beurs was geweigerd.
Dat blijkt uit het bindende advies van de Geschillencommissie. De consument belegde op execution only-basis bij ABN Amro en plaatste op 22 oktober 2025 een dagorder voor de verkoop van aandelen Beyond Meat met een limiet van 5,50 Amerikaanse dollar. Bij het invoeren van de order verscheen een waarschuwing dat de opgegeven limietprijs aanzienlijk afweek van de laatst bekende koers van het aandeel. Later die dag bleek dat de order door de beurs was geannuleerd omdat de limiet meer dan 15% afweek van de actuele koers.
De belegger en zijn partner vorderden een schadevergoeding van 673 euro. Volgens hen had de bank duidelijker moeten aangeven dat de order ook later op de dag nog door de beurs kon worden geweigerd. Daarnaast vonden zij dat de bank onvoldoende uitleg had gegeven nadat de order was geannuleerd.
Verantwoordelijkheid ligt bij belegger
De Geschillencommissie volgt die redenering niet. Volgens Kifid heeft de bank voldaan aan haar informatieplicht door vooraf een waarschuwing te tonen over de afwijkende limietprijs. De bank hoefde daarbij niet expliciet te vermelden dat de beurs de order later nog zou kunnen weigeren. Ook was zij niet verplicht om na de weigering uit te leggen welke gevolgen dat voor de belegger had.
De commissie wijst erop dat bij execution only-beleggen de verantwoordelijkheid voor beleggingsbeslissingen en het verzamelen van relevante informatie in beginsel bij de belegger zelf ligt. De bank verstrekt in dat geval geen advies en neemt geen beslissingen namens de klant.
Kifid concludeert dat ABN Amro niet in strijd heeft gehandeld met haar informatieplicht. De gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







