
Een hypotheekadviseur hoeft niet zelfstandig de juistheid van een door een werkgever afgegeven werkgeversverklaring te controleren, zolang er geen concrete aanwijzingen zijn dat de informatie onjuist is. Dat oordeelt de Geschillencommissie van Kifid in een zaak tegen advieskantoor NBG.
De consument had NBG in september 2025 ingeschakeld voor advies over een verhoging van zijn bestaande hypotheek. De aanvraag strandde uiteindelijk omdat de geldverstrekker het variabele inkomen van zijn partner onvoldoende bestendig vond.
Volgens de consument had de adviseur dat eerder moeten onderkennen, waardoor onnodige advies-, taxatie- en andere kosten waren gemaakt. Hij vorderde daarom een schadevergoeding.
Werkgeversverklaring leidend
Voor de hypotheekaanvraag beschikte NBG over een werkgeversverklaring waarin een variabel inkomensbestanddeel van 124.833 euro volledig als provisie was opgenomen. Dat bedrag kwam overeen met het cumulatieve variabele inkomen op de loonstrook. Daarnaast toetste de adviseur de gegevens aan de acceptatievoorwaarden van de geldverstrekker, waaruit bleek dat provisie-inkomsten volgens de werkgeversverklaring mochten worden meegenomen.
Volgens de commissie mocht NBG onder deze omstandigheden uitgaan van de juistheid van de werkgeversverklaring. Alleen wanneer er concrete aanwijzingen zijn dat de verstrekte gegevens onjuist zijn of niet overeenkomen met andere beschikbare informatie, mag van een hypotheekadviseur worden verwacht dat deze nader onderzoek verricht. Van zulke aanwijzingen was in dit dossier geen sprake.
Gewijzigde inkomensopgave
Tijdens de behandeling van de hypotheekaanvraag verstrekte de werkgever nieuwe werkgeversverklaringen. Daaruit bleek dat het eerder als provisie opgevoerde bedrag deels bestond uit een eenmalige bonus. De geldverstrekker concludeerde vervolgens dat onvoldoende sprake was van bestendig inkomen en wees de hypotheekverhoging af.
Volgens Kifid kan de adviseur niet worden afgerekend op informatie die pas later in het aanvraagproces beschikbaar kwam. De beoordeling van een hypotheekadviseur moet plaatsvinden op basis van de gegevens waarover hij op dat moment beschikte. Dat de geldverstrekker later tot een andere beoordeling kwam, betekent volgens de commissie niet dat de eerdere haalbaarheidsbeoordeling onzorgvuldig was.
Geen vergoeding van kosten
Omdat niet is vastgesteld dat NBG zijn zorgplicht heeft geschonden, bestaat volgens de commissie geen grond voor vergoeding van de gemaakte advies- en taxatiekosten. Daarbij wijst Kifid erop dat een hypotheekadviseur een inspanningsverplichting heeft en geen resultaatverplichting. NBG had de overeengekomen advies- en bemiddelingswerkzaamheden uitgevoerd.
De Geschillencommissie wees de vordering van de consument daarom af. De uitspraak is een niet-bindend advies.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







