
Een goed gepositioneerde compliancefunctie kan pensioenfondsen helpen bij besluitvorming in het belang van deelnemers. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek van de AFM naar de naleving van gedragsregels door pensioenfondsen.
De AFM onderzocht hoe pensioenfondsen omgaan met compliance rond zogenoemde open normen binnen het gedragstoezicht. Aanleiding is onder meer de invoering van de nieuwe Pensioenwet, waardoor de toezichthouder nieuwe taken kreeg op het gebied van informatieverstrekking, keuzebegeleiding, risicopreferentieonderzoek en klachtenafhandeling.
Voor deze onderwerpen heeft de AFM guidance ontwikkeld. In het onderzoek sprak de toezichthouder met verschillende pensioenfondsen over de inrichting, positie en werkwijze van hun compliancefunctie.
Meer dan een juridische controle
Uit de verkenning blijkt volgens de AFM dat de compliancefunctie in de praktijk meer kan zijn dan een formele controle op naleving van regels achteraf. In sommige organisaties fungeert de functie ook als een kritische en onafhankelijke tegenkracht richting het bestuur.
Volgens de toezichthouder kan compliance daarmee bijdragen aan reflectie op het doel van wetgeving en aan de gevolgen van beleid, processen en besluiten voor deelnemers.
Verschillende invulling in de praktijk
Een formele compliancefunctie is voor pensioenfondsen niet wettelijk verplicht. De inrichting ervan vindt plaats binnen het toezichtkader van DNB. Uit het onderzoek blijkt dat pensioenfondsen hier in de praktijk op verschillende manieren invulling aan geven.
Volgens de AFM kan een goed gepositioneerde compliancefunctie, met duidelijke processen en afspraken over taken en verantwoordelijkheden, helpen om risico’s voor deelnemers tijdig te signaleren. Dat kan het bestuur ondersteunen bij zorgvuldige besluitvorming.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







