
De Tweede Kamer nam begin 2026 een amendement aan dat ondernemers wettelijk recht geeft op een zakelijke betaalrekening. Banken mogen voortaan alleen nog weigeren op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dat is politiek nieuws, maar voor vof-eigenaren en holdingstructuren schuilt de echte uitdaging al jaren eerder: in de acceptatieprocedures, de stijgende compliance-kosten en de vraag welke aanbieder hen überhaupt wil bedienen.
Dat ondernemers die een VOF bankrekening openen via GoDutch of een GoDutch holding rekening openen binnen enkele uren beschikken over een Nederlands IBAN, illustreert hoe sterk het aanbod inmiddels uiteen loopt.
Wanneer bankieren een compliance-vraagstuk wordt
De toegang tot een zakelijke betaalrekening staat al geruime tijd onder druk. Uit een onderzoek van De Nederlandsche Bank uit 2021 bleek dat circa 15.000 potentiële zakelijke klanten in dat jaar werden geweigerd door een bank. Opvallend: slechts 18 procent van die weigeringen had een Wwft-gerelateerde reden. De overige afwijzingen waren het gevolg van intern acceptatiebeleid, risicomodellen of commerciële overwegingen.
Tegelijk nemen de kosten voor zakelijk bankieren toe. De Nederlandse Vereniging van Banken erkende in een rapport over de ongewenste effecten van de-risking dat de kosten voor klantonderzoek door banken zijn doorberekend aan ondernemers, en dat deze kosten in sommige gevallen kunnen oplopen tot 2.000 euro per jaar. Voor een vof of een holding met beperkt transactievolume is dat een disproportionele last.
De vof tussen twee stoelen
De vennootschap onder firma is geen rechtspersoon, maar zakelijk bankieren via een privérekening is bij vrijwel alle banken contractueel niet toegestaan. Toch levert het openen van een zakelijke rekening voor een vof in de praktijk meer obstakels op dan veel vennoten vooraf verwachten. De voornaamste drempels komen telkens op dezelfde punten samen.
- Identificatie van meerdere vennoten: banken verlangen van alle vennoten een geldig identiteitsbewijs en soms aanvullende documentatie zoals een vennootschapscontract, wat het proces verlengt ten opzichte van een eenmanszaak.
- Gedeelde toegang met gelijkwaardige rechten: niet alle aanbieders bieden beide vennoten volwaardige en gelijkwaardige toegang tot de rekening, wat intern tot frictie kan leiden over wie betalingen mag goedkeuren of kaarten mag aanvragen.
- Hoge vaste maandkosten bij laag transactievolume: traditionele banken rekenen doorgaans een vast maandtarief ongeacht het gebruik, wat voor kleine vof’s met beperkt betalingsverkeer relatief duur uitpakt.
- Vertraagde verwerking bij meerdere aanvragers: doordat alle vennoten door de KYC-procedure moeten, kan de doorlooptijd voor een zakelijke rekening bij een grootbank oplopen tot meerdere weken.
- Beperkte digitale samenwerking: functies als gedeeld uitgavenbeheer, aparte betaalkaarten per vennoot en boekhoudkoppelingen zijn bij traditionele aanbieders niet altijd standaard inbegrepen.
Deze knelpunten zijn niet uniek voor de vof, maar de combinatie van meerdere aanvragers en een relatief eenvoudige bedrijfsstructuur maakt dat vof-eigenaren vaak tussen twee stoelen vallen: te complex voor de instappakketten van neobanken, te klein voor de volledige aandacht van een grootbank.
Holdings: weinig transacties, veel vragen
Voor holdingstructuren geldt een vergelijkbare paradox. Een holding doet doorgaans weinig dagelijkse transacties, maar de bancaire acceptatieprocedure is juist complexer. Banken verlangen inzicht in de volledige structuur, de ultimate beneficial owners en de herkomst van de middelen. Dat leidt tot langere doorlooptijden en soms tot afwijzing, ook bij volstrekt bonafide structuren.
Knab, een van de bekendere digitale zakelijke banken in Nederland, accepteerde holdingstructuren tot voor kort überhaupt niet. Pas in januari 2026 kondigde de bank aan ook rekeningen te openen voor eenvoudige holdingstructuren, bestaande uit maximaal twee bv’s met één bestuurder en één UBO. Dat dit als nieuws werd gepresenteerd, zegt iets over hoe lang het probleem al bestaat en hoe weinig aanbieders het adequaat hebben opgepakt.
Het wettelijk recht op een rekening: wat verandert er echt?
Het in januari 2026 aangenomen amendement, ingediend door André Flach (SGP), Nathalie van Berkel (D66) en Michiel Hoogeveen (JA21), verankert het recht op een zakelijke betaalrekening in de Wwft. Banken mogen voortaan alleen nog weigeren op wettelijke gronden. Dat is een principiële stap.
Toch zijn er kanttekeningen. De NVB stelde dat de controleverplichtingen voor banken onveranderd blijven. MKB-Nederland wees erop dat wetgevingstrajecten jaren in beslag nemen. Eind 2025 sloten beide organisaties, samen met VNO-NCW, Goede Doelen Nederland en de Betaalvereniging Nederland, al een convenant met afspraken over meer transparantie bij aanvragen, duidelijkere motivering bij afwijzingen en een hulppunt bij de Kamer van Koophandel dat vanaf 2026 operationeel is. Of de wet of het convenant het meeste effect sorteert, zal de komende jaren moeten blijken.
De opkomst van digitale alternatieven
Terwijl de wetgever en de bancaire sector tot elkaar proberen te komen, heeft een nieuwe generatie zakelijke betaalplatformen een deel van de markt al anders ingericht. Aanbieders als GoDutch richten zich specifiek op rechtsvormen die bij traditionele banken moeizaam worden bediend, waaronder vof’s, holdings, verenigingen en stichtingen. De acceptatieprocedure verloopt volledig digitaal en is in de meeste gevallen binnen enkele uren afgerond.
De kostenstructuur wijkt eveneens af. Waar grootbanken werken met vaste maandpakketten en aparte KYC-opslagen, werken digitale aanbieders doorgaans met lage of geen vaste maandkosten en een beperkt tarief per transactie. Voor rechtsvormen met een laag transactievolume kan dat een meetbaar kostenverschil opleveren op jaarbasis.
De bancaire keuze verdient meer aandacht
De keuze voor een zakelijke rekening wordt door veel vof-eigenaren en holdingbestuurders nog behandeld als een bijzaak, iets wat geregeld moet worden bij de oprichting en daarna niet meer ter discussie staat. Dat beeld klopt niet meer met de huidige markt. De verschillen tussen aanbieders in doorlooptijd, kosten, toegangsmogelijkheden voor meerdere gebruikers en integraties met boekhoudsoftware zijn groot genoeg om serieus mee te wegen.
De nieuwe wetgeving en het NVB-convenant bieden meer rechtsbescherming bij afwijzing, maar lossen de dagelijkse fricties niet op. Die oplossing moet elders gevonden worden, en het aanbod om dat te doen is de afgelopen jaren aanzienlijk breder geworden.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







