
Het Nederlandse pensioenstelsel kent volgens Lans Bovenberg, bijzonder hoogleraar Kapitaalgedekte pensioenvoorzieningen aan de Tilburg University, drie belangrijke zwakke punten. Het is te complex, de eigendomsrechten zijn niet duidelijk en er kan onvoldoende maatwerk geleverd worden voor wat betreft het risicoprofiel van de deelnemers.
Op deze drie zwakke punten zouden we meer moeten individualiseren, zonder de voordelen van de Nederlandse collectieve pensioentraditie te verliezen. In het InFinance coverinterview gaat Bovenberg deze maand uitgebreid in op de oplossing die hij hiervoor heeft bedacht: de persoonlijke pensioenrekening (PPR) met risicodeling, aangeboden via pensioenplatformen met meerdere solidariteitskringen.
Persoonlijke pensioenrekening
In een PPR is net als in een premieregeling sprake van een individueel beleggingsdepot. Dit depot is het eigendom van de individuele deelnemer en daarmee afgeschermd van de beleggingsrisico’s die het pensioenfonds of de verzekeraar neemt ten behoeve van andere deelnemers. Het gaat om een persoonlijke pensioenrekening, die in principe onder gebracht kan worden bij zowel een pensioenfonds als een pensioenverzekeraar.
Drie soorten rendementen
In de opbouwfase wordt de PPR aangevuld met inleg. Sociale partners beslissen in de cao-onderhandelingen over het deel van de loonruimte dat ze willen bestemmen voor pensioen. De per individu in te leggen premies corresponderen met de nieuwe inleg van kapitaal in de persoonlijke pensioenrekening. Deelnemers zien hun eigen premie-inleg dus direct terug in hun eigen pensioenrekening. Daarnaast worden drie soorten rendementen bijgeschreven: financiële rendementen, biometrische rendementen (gerelateerd aan de sterftekans) en het resultaat van interne solidariteitsafspraken. Deze drie rendementen corresponderen met de beleggings-, de verzekerings- en de risicodelingsfunctie van pensioenen.
Erfgenamen
Periodiek kan worden getoetst of voldoende pensioen is opgebouwd. De directe relatie tussen inleg en kapitaal maakt het volgens Bovenberg bij tegenvallende rendementen aantrekkelijker extra premies in te leggen om zo bij te sturen. In de uitkeringsfase zijn er onttrekkingen. Het individuele beleggingsdepot op de persoonlijke pensioenrekening is geoormerkt voor een levenslange uitkering en daarom niet direct opeisbaar. Bij overlijden vervalt het vermogen niet aan de erfgenamen maar aan de solidariteitskring.
Documentatie
De PPR is door de hoogleraren Bovenberg en Nijman tot in detail uitgewerkt in de NEA paper ‘Persoonlijke Pensioenrekeningen met risicodeling’. De techniek achter de persoonlijke pensioenrekeningen in de uitkeringsfase wordt apart toegelicht in de zogenaamde Netspar Occasional paper ‘Techniek achter persoonlijke pensioenrekeningen in de uitkeringsfase’.
Het gehele interview met Lans Bovenberg is te lezen in de december-editie van InFinance Magazine die deze week verschijnt. Maak gebruik van de kortingsactie op het InFinance-abonnement en ontvang de december-editie alsnog bij u in de bus.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







