Harrie-Jan van Nunen: ‘Wie betaalt de rekening?’

0

Wanneer banken besluiten de normen voor aflossingsvrije hypotheken aan te scherpen heeft dit voor bestaande klanten vandaag misschien nog geen gevolgen, maar wel later. Wie betaalt dan de rekening voor uitleg, duiding en herziening van advies, vraagt Harrie-Jan van Nunen MFP zich af.

‘De impact verdwijnt niet, maar verschuift’

De politiek vond het een goed idee. Het provisieverbod moest een einde maken aan verborgen sturing en onduidelijke belangen. De klant zou voortaan zelf betalen voor advies. Transparant en onafhankelijk. Dat klonk logisch en op papier klopte het ook. Alleen is het verhaal maar half afgemaakt.

Het werkt namelijk prima op momenten dat de klant zelf in beweging komt. Bij het afsluiten van een hypotheek, bij een verbouwing of bij een scheiding. De behoefte is concreet, de aanleiding duidelijk en dus is er bereidheid om te betalen. Maar zodra de hypotheek eenmaal loopt en de verandering van buiten komt, begint het te schuren en laat het systeem zijn zwakte zien.

Dit speelt momenteel wanneer banken besluiten de normen voor aflossingsvrije hypotheken aan te scherpen. Opvallend vaak wordt de boodschap gegeven dat deze wijziging geen gevolgen heeft voor bestaande klanten. Dat klinkt geruststellend en we willen het ook graag geloven. Maar het is een halve waarheid. Iedere wijziging heeft gevolgen. Misschien niet vandaag, maar wel later. Bij renteherziening, bij verhuizen, bij een verhoging, bij een relatiebreuk of aan het einde van de looptijd.

De impact verdwijnt niet, maar verschuift. Naar een moment in de toekomst. Naar het moment dat de klant wil of moet bewegen. Daarmee raakt het de klant wel degelijk. Het oorspronkelijke advies sluit niet meer aan bij de situatie van vandaag.

Prijskaartje

Om de gevolgen te overzien en om te bepalen welke keuzes er nog zijn, moet de klant begrijpen wat er verandert. Dat vraagt om uitleg, duiding en herziening van advies. En ja, daar hangt een prijskaartje voor de klant aan. Maar daar zit hij niet op te wachten.

De klant heeft immers niets in beweging gezet. Er was geen aanleiding, geen behoefte, geen vraag. De verandering komt van buitenaf. Hoe logisch is het dan dat de rekening terechtkomt bij degene die er niet om heeft gevraagd?

Het is eenvoudig om te stellen dat dit het gevolg is van het systeem dat we hebben ingericht. Maar daarmee lossen we het probleem niet op.

De noodzaak om de klant te informeren blijft bestaan. Daarmee verschuift de discussie ongemerkt van kosten naar verantwoordelijkheid. Want als het advies door externe wijzigingen zijn houdbaarheid verliest, wie is dan aan zet om de klant tijdig te informeren? En wat gebeurt er als dat niet gebeurt?

Daar zit een risico dat we nog te weinig benoemen. Niet alleen financieel, maar ook juridisch. Want de klant die pas op een cruciaal moment ontdekt dat zijn eerdere advies niet meer past, zal zich afvragen hoe dat heeft kunnen gebeuren. Wie had hem moeten informeren? Wie had hem moeten waarschuwen? En waarom is dat niet gebeurd?

Is dat de aanbieder, die de norm heeft aangepast, maar heeft gesteld dat het geen impact had? Of de adviseur, die het dossier kent en de impact kon duiden? Die vraag laat zich niet eenvoudig beantwoorden, maar één ding is duidelijk. Als niemand het gesprek voert, ontstaat er ruimte voor aansprakelijkheid. En die rekening komt uiteindelijk ergens terecht.

De vraag is dus niet alleen wie de rekening vandaag betaalt. De echte vraag is wie morgen de rekening betaalt als diegene wordt aangesproken omdat het advies is uitgebleven.

Deze column is eerder gepubliceerd in InFinance magazine van april 2026.

Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.

Deel dit artikel

Over de auteur

Harrie-Jan van Nunen MFP is directeur van Orange Credit.

Reacties zijn gesloten voor dit bericht.