
Een tussenpersoon heeft zijn zorgplicht geschonden door een consument een te risicovolle beleggingsverzekering te adviseren. De vordering is niet verjaard, oordeelt de Commissie van Beroep van Kifid, die een schadevergoeding van 6.778 euro toekent.
De zaak draait om een in 2004 afgesloten levenhypotheek met daaraan gekoppeld een beleggingsverzekering bij Swiss Life. De consument sloot het product samen met haar toenmalige partner. Aan de hypotheek was een overlijdensrisicodekking van 150.000 euro gekoppeld en kapitaalopbouw op basis van beleggen, waarbij het beleggingsrisico volledig voor rekening van de consumenten kwam.
Geen verjaring
De Geschillencommissie van Kifid had de vordering eerder afgewezen omdat deze verjaard zou zijn. Volgens die commissie begon de verjaring in 2017 te lopen, toen een hersteladvies werd uitgebracht waaruit bleek dat de kapitaalopbouw sterk achterbleef.
De Commissie van Beroep oordeelt anders. Het hersteladvies was uitsluitend per e-mail aan de ex-partner verzonden. De consument had al in 2011 haar adreswijziging doorgegeven na de relatiebreuk. Dat zij niet op de hoogte was van het hersteladvies acht de Commissie aannemelijk. Ook is onvoldoende vast komen te staan dat zij in 2018 telefonisch is geïnformeerd over de tegenvallende waarde.
Volgens de Commissie kon de consument pas rond de verkoop van de woning en de afkoop van de verzekering in mei 2019 daadwerkelijk kennisnemen van de tegenvallende waarde en de gevolgen daarvan. Omdat zij in april 2024 klaagde, is de vijfjarige verjaringstermijn niet overschreden .
Zorgplicht geschonden
Inhoudelijk oordeelt de Commissie dat de tussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden door een te risicovol product te adviseren. Uit het latere hersteladvies bleek dat een defensiever beleggingsprofiel passender was geweest. Dat verwijt is door de tussenpersoon onvoldoende weersproken.
Het verwijt dat bij aanvang onrealistische verwachtingen zijn gewekt, slaagt niet. Uit de productdocumentatie bleek dat sprake was van een beleggingsverzekering met bijbehorende risico’s en dat voorbeeldkapitalen geen garantie boden.
Schadebegroting
De consument vorderde 69.000 euro, gebaseerd op een voorgespiegeld voorbeeldkapitaal van 150.000 euro. Dat bedrag wijst de Commissie af. Bij een passend defensief profiel zou, uitgaande van het pessimistische scenario in de offerte, na dertig jaar circa 79.566 euro zijn opgebouwd.
Omdat de verzekering na ongeveer vijftien jaar is afgekocht, zou bij een passend product naar schatting circa 19.892 euro zijn opgebouwd. In werkelijkheid werd bij afkoop in 2019 een bedrag van 6.335,77 euro uitgekeerd. De totale schade wordt begroot op 13.556,23 euro, waarvan de helft voor rekening van de consument komt.
De tussenpersoon moet daarom 6.778 euro vergoeden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 juni 2019. Ook moet hij 500 euro betalen voor de kosten van het beroep. Voor het overige worden de vorderingen afgewezen.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







