‘Persoonlijke drijfveren bepalen risicovoorkeur pensioen’

0

De risicobereidheid van pensioenfondsdeelnemers is nauwelijks te voorspellen op basis van standaard deelnemerskenmerken.

Uit onderzoek van IG&H blijkt dat slechts 15% van de risicobereidheid te verklaren valt met leeftijd, inkomen, opleiding en geslacht. 85% komt voort uit persoonlijke drijfveren en is dus onvoorspelbaar vanuit de standaard data die pensioenfondsen hebben. Volgens IG&H-pensioenspecialist Paul Geurtsen toont de bevinding het belang aan om nog actiever individuele voorkeuren op te halen bij pensioendeelnemers. “In een flexibele premieregeling moet je echt je best doen om de wensen van het individu te achterhalen, want de default gaat vaak maar voor een heel klein clubje op.”

Leeftijd heeft weinig voorspelkracht

Pensioenfondsen hanteren vanuit de Wtp leeftijdscohorten als belangrijkste onderscheidende factor, vaak onder de aanname dat dit redelijk aansluit bij de risicovoorkeuren van de meeste deelnemers. “Maar die aanname klopt niet”, zegt Geurtsen. “Zelfs bij het meest homogene fonds dat we onderzochten, bleef de voorspelkracht van deze deelnemerskenmerken onder de 35%. Bij het gros van de fondsen ligt dit tussen de 10 en 15%.”

Nadenken over de standaard

In fondsen met een flexibele premieregeling (fpr) kunnen deelnemers kiezen. Ze geven op een schaal van 0 tot 10 aan hoeveel risico ze willen lopen met hun pensioenbeleggingen. Bij elk getal hoort een bandbreedte van het te bereiken pensioen; hoe hoger het risico, hoe groter de bandbreedte naar boven en naar beneden wordt. Maar niet elke pensioendeelnemer heeft iets te kiezen. Fondsen met een solidaire premieregeling (spr) hebben één standaard lifecycle; one size fits all. Bijvoorbeeld vanwege de veronderstelde homogeniteit van de deelnemers. Wat Geurtsen betreft is het goed dat deze fondsen realistisch zijn over de beperkingen van hun beleggingsbeleid. “Zelfs binnen ogenschijnlijk uniforme groepen, zoals ‘hoogopgeleide vrouwen van zestig met een hoog inkomen’ blijkt de spreiding in risicopreferentie zo groot dat één lifecycle nooit passend is voor zelfs maar een meerderheid van deze groep.”

Flexibele regeling passender

Flexibele premieregelingen bieden meer ruimte om aan te sluiten bij de persoonlijke risicovoorkeuren van deelnemers. Geurtsen: “Maar hier geldt: die aansluiting ontstaat alleen als het fonds zich actief inzet om individuele risicovoorkeuren op te halen. Bij een lage respons blijft ook een flexibele premieregeling afhankelijk van aannames. Als je de voordelen van een flexibele premieregeling echt wil benutten, dan moet je meer doen dan alleen een tool beschikbaar stellen achter een inlog. Dan moet je actief benaderen.”

Praktisch alternatief

Geurtsen: “Een flexibele premieregeling biedt deelnemers ook een praktisch alternatief voor het onlangs door de Tweede Kamer verworpen individuele bezwaarrecht bij invaren. Binnen een fpr kunnen deelnemers immers zelf hun risicoprofiel kiezen. Dat is niet hetzelfde als achterblijven in het FTK, maar deelnemers kunnen wel kiezen voor de mate van zekerheid die past bij hun persoonlijke risicovoorkeur. In de uitkeringsfase is er bovendien de mogelijkheid tot een vaste uitkering, bijvoorbeeld via het shoprecht bij een verzekeraar.”

Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.

Deel dit artikel

Over de auteur

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.

Reacties zijn gesloten voor dit bericht.