
Laatste week van maart. Daar zat ik weer. In een kille ruimte achter een computerscherm, een leeg blaadje voor mijn neus en een rekenmachine in de aanslag. Klaar voor het maken van mijn PE-examen. Net als zo’n 85% van mijn collega-adviseurs stel ik het meestal uit, tot het niet langer kan. Niet omdat ik de urgentie niet voel, maar omdat het simpelweg een opgave is om kennis te leren waar je in de praktijk nauwelijks iets aan hebt.
‘Wettelijk gezien is het mogelijk om een examen over te slaan’
Auteur: Harrie-Jan van Nunen is directeur Product en Innovatie Hypotheken bij de Veldsink Groep en vanaf 1 juni directeur Hypotheken bij Orange Credit
Laat ik duidelijk zijn: ik ben niet tegen permanente educatie. Ons vak verandert. Regelgeving, klantbehoeften en productontwikkelingen vragen om actuele kennis en professionaliteit. Dat die kennis periodiek wordt getoetst, is niet het probleem. Het draagt immers bij aan de kwaliteit van ons advies en het vertrouwen in de sector. Hoe mooi is dat! De praktijk voelt helaas anders. Het PE-examen is verworden tot een driejaarlijks verplicht nummer waarbij de grootste uitdaging niet het examen zelf is, maar het vinden van voldoende onderwerpen. Als er onvoldoende nieuwe ontwikkelingen zijn, worden oude ontwikkelingen getoetst (wat overigens tegen de afspraak is!), of worden onderwerpen toegevoegd die zó marginaal zijn dat het voor de praktijk niets uitmaakt of je het antwoord weet of niet.
Basiskennis of basisballast?
Welk examen je ook doet – hypotheken, pensioen, schade, inkomen – elke PE-module bevat verplicht het onderdeel ‘basis’. Deze basis neemt meestal ook nog eens het grootste deel van de syllabus in beslag. Tientallen korte onderwerpen, die alleen belangrijk zijn voor het examen.
En dus leren we over het boedelrekeningconvenant, wat het verschil is tussen een SH- en SK-codering en voor wie de handreiking gegevensuitwisseling in eerste instantie bedoeld was. Er wordt getoetst per welke datum een student recht heeft op een basisbeurs en hoeveel deze mag bijverdienen en wat de kostendelersnorm inhoudt en op wie deze dan van toepassing is.
Ook in de vakspecifieke onderdelen duiken bijzondere vragen op. Zo kreeg ik bij Schade zakelijk de vraag wat de BMI-grens is om in aanmerking te komen voor afslankmedicatie. Alsof een consument deze vraag stelt aan zijn verzekeringsadviseur voordat deze naar de huisarts stapt. Is dit informatie die je als adviseur echt moet beheersen, of is dit ingegeven door de noodzaak van het vullen van een examen?
PE-examen is niet verplicht!
Wettelijk gezien is het mogelijk om een examen over te slaan als er onvoldoende onderwerpen zijn. Daar was de minister in 2011 al duidelijk over. Ook in het evaluatierapport over het functioneren van het CDFD (de uitvoerder van de examens) lezen we dit terug in de aanbevelingen. En toch creëren we ieder jaar opnieuw onderwerpen, omdat het systeem nu eenmaal zo is ingericht. En blijven we dus eens per drie jaar van alles uit ons hoofd leren, wat irrelevant is voor de dagelijkse praktijk. De toetsing is voorspelbaar geworden, het leereffect beperkt. En de gedachte achter permanente educatie – blijven leren, om beter te worden – raakt steeds verder uit beeld.
Maar goed. Wat maak ik me druk! Ik heb al mijn diploma’s weer binnen. Op de valreep. Met wat geluk, een beetje stress en nul relevantie voor de dagelijkse praktijk, kan ik er weer drie jaar tegenaan. Op naar de volgende permanente ergernis, eh… educatie.
Deze column werd voor het eerst gepubliceerd in InFinance magazine. Klik op de cover om de hele uitgave te lezen.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.








