Ondernemingskamer negeert ‘bedrog-uitspraak’ Conservatrix

0

De aandeelhouders van de Conservatrix Groep zijn verbolgen over het feit dat de Ondernemingskamer inhoudelijk niet ingaat op de recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin is vastgesteld dat De Nederlandsche Bank (DNB) bedrog heeft gepleegd in de onteigeningsprocedure rond Conservatrix.

In een eerder artikel berichtte InFinance al over het oordeel van de rechtbank Amsterdam dat DNB in de overdrachtsprocedure rond Conservatrix een ‘oneerlijke proceshouding’ had aangenomen en dat sprake was van bedrog in het geding. Volgens de rechtbank is het aannemelijk dat de uitkomst van de overdracht in 2017 anders zou zijn geweest als volledige informatie beschikbaar was geweest.

Ondernemingskamer: niet-ontvankelijk

De Ondernemingskamer heeft de advocaat van Conservatrix Groep, mr. Winand Westenbroek, recent per e-mail laten weten niet verder in te gaan op deze uitspraak, omdat Conservatrix Groep niet-ontvankelijk is verklaard in haar verzoek tot herroeping. Daarmee blijft de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 15 mei 2017 formeel van kracht.

Volgens het persbericht dat de aandeelhouders van Conservatrix Groep vandaag hebben verstuurd, betreft het hier een procedurele, technische niet-ontvankelijkheid: de overdracht van de aandelen is inmiddels onomkeerbaar en Conservatrix bestaat feitelijk niet meer. Dat laat volgens de aandeelhouders onverlet dat de rechtbank expliciet heeft vastgesteld dat sprake was van bedrog en dat dit aannemelijk van invloed is geweest op de oorspronkelijke beslissing.

De Ondernemingskamer verwacht uiterlijk 2 april 2026 uitspraak te doen in de lopende schadeloosstellingsprocedure.

Cruciaal voor schadeloosstelling

De kern van de huidige procedure bij de Ondernemingskamer is de vaststelling van de schadeloosstelling. Wat waren de aandelen waard op basis van het toekomstperspectief zonder gedwongen overdracht? Eerder oordeelde de Ondernemingskamer dat een zelfstandig voortbestaan niet realistisch was en dat moest worden uitgegaan van de juistheid van de beschikking uit 2017. Daarbij werd overwogen dat niet aannemelijk was dat de rechtbank destijds tot een andere beslissing zou zijn gekomen.

De recente uitspraak van 5 februari 2026 stelt echter expliciet dat het aannemelijk is dat de uitkomst van de overdrachtsprocedure anders zou zijn geweest indien de volledige informatie beschikbaar was geweest. Volgens de aandeelhouders raakt dit rechtstreeks aan de uitgangspunten waarop de waardering van de aandelen is gebaseerd.

Oproep tot heroverweging

Advocaat Westenbroek stelt in het persbericht dat de recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam niet los kan worden gezien van de schadeloosstellingsprocedure, omdat daarin juist wordt vastgesteld dat essentiële informatie buiten de oorspronkelijke procedure is gehouden. Conservatrix Groep roept de Ondernemingskamer daarom op de uitspraak integraal en inhoudelijk te betrekken bij de verdere beoordeling. Dat staat volgens de aandeelhouders los van het reeds ingestelde cassatieberoep tegen de beschikking van 31 juli 2025.

De aandeelhouders kondigen aan alle beschikbare juridische stappen te zullen benutten om te waarborgen dat de vaststelling van bedrog en de aannemelijke invloed daarvan op de oorspronkelijke uitkomst volledig worden meegewogen in de verdere procedures.

Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.

Deel dit artikel

Over de auteur

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.

Reacties