
De situatie op de woningmarkt is in veertig jaar nog nooit zo slecht geweest voor koopstarters, zo blijkt uit dataonderzoek van BLG Wonen.
Daar staat tegenover dat de positie van woningeigenaren die een volgend huis kopen – doorstromers – gunstiger is geworden vergeleken met wie voor het eerst een woning koopt. Het aantal koopstarters dat niet slaagt op de woningmarkt is dan ook historisch hoog. “De woontoegankelijkheid voor koopstarters bevindt zich momenteel op een dieptepunt,” aldus Frank Soede(foto), directeur van BLG Wonen.
Tien-nul achter
“Lange tijd had de doorstromer maar een beperkte voorsprong op de koopstarter, maar dat is al lang niet meer zo”, zegt Soede. Onderzocht is wat beide groepen bereid zijn te betalen voor een koopwoning. In 1981 was dat verschil 20.000 euro, maar vier decennia later heeft een woningbezitter 120.000 meer over voor een volgende woning dan de koopstarter. “En wat de doorstromer bereid is te betalen voor een koopwoning is in 2021 vrijwel gelijk aan de gerealiseerde prijs. De koopstarters staan op de woningmarkt dus tien nul achter.”
Mythe doorgeprikt
Aanleiding voor het grootschalige dataonderzoek van BLG Wonen is de veelgehoorde kreet ‘dat het altijd al moeilijk is geweest om een eerste woning te kopen’. “Die mythe is nu doorgeprikt. Het is veel moeilijker dan vroeger”, zegt Soede. “Wel is het zo dat de kleine groep koopstarters die wél slagen op de woningmarkt, niet een veel groter deel van hun inkomen kwijt zijn aan woonlasten. Dat percentage schommelt rond de 30. Huurders in de private sector zijn in 2021 vrijwel een even hoog percentage kwijt. Alleen wie bij een woningcorporatie huurt had een aanzienlijk lagere woonquote (23%).”
Aandeel koopstarters historisch laag
In 1981 was nog bijna zeven op de tien mensen die een woning kocht een koopstarter. Veertig jaar later is dat iets minder dan de helft. Soede: “De kloof tussen wat een starter wil én kan betalen voor een woning en de werkelijke woningprijzen is dusdanig toegenomen dat het steeds moeilijker wordt om een eerste woning te kopen.” De momenteel slechte positie van koopstarters blijkt ook uit data over afvallers op de woningmarkt. Het gaat hierbij specifiek om de groep die als reden aangeeft dat woningen te duur zijn. Van iedereen die in 1981 niet slaagde bij de zoektocht naar een woning, gaf één op de tien koopstarters aan dat de woning te duur was. Vier decennia later is het beeld volkomen omgeslagen. Nu valt maar liefst 1 op de 3 koopstarters om die reden af.
Hoe komt de koopstarter weer aan bod?
Soede is positief over initiatieven die koopstarters bij de aankoop van een nieuwbouwwoning een financieel zetje in de rug geven. “Een groot verschil met de premiewoningen van vroeger is dat de overwaarde bij de verkoop nu deels wordt afgeroomd. Dit voorkomt dat de aankooppremies de woningprijzen opdrijven.” Verder kan de bestaande woningvoorraad volgens hem beter worden benut door woningen vaker te splitsen en door de transformatie van bedrijfsgebouwen naar woningen.” De bouw kan versneld worden door meer biobased te bouwen, want bij deze bouwvorm komt minder stikstof vrij. Ook helpt het volgens hem als meer werkgevers woningen bouwen voor hun medewerkers. “Er is geen silver bullet voor de woningmarkt. Er moet gewoon heel veel tegelijk in gang worden gezet om de woontoegankelijkheid van de koopstarter te verbeteren.”
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







