
De Commissie van Beroep van Kifid heeft deze week drie uitspraken gedaan inzake beleggingsverzekeringen (Meegroeiverzekering, ABC Spaarplan, Swiss Life BelegSpaarplan). De Commissie grijpt deze zaken aan om op een aantal aspecten een consistente lijn uit te zetten.
Het betreft hier klachten van consumenten tegen respectievelijk ABN Amro, ASR en Zwitserleven. Klagers zijn tegen de eerdere uitspraken van de Geschillencommissie in beroep gegaan. In de klacht tegen Zwitserleven volgt de Commissie van Beroep het oordeel van de Geschillencommissie dat de bezwaren ongegrond zijn. In de klachten tegen ABN Amro en ASR volgt de Commissie van Beroep de Geschillencommissie dat de bank en verzekeraars tekort zijn geschoten in hun informatieplicht.
Geen schade
Als het gaat om de schadeberekening komt de Commissie van Beroep wel tot een ander oordeel. Om te bepalen hoeveel schade de consument heeft geleden als gevolg van het schenden van de informatieplicht, heeft de Commissie de feitelijke situatie na het tekortschieten vergeleken met de hypothetische situatie waarin de consument zich zou bevinden als de verzekeraar wel had voldaan aan zijn informatieplicht.
Dit leidt ertoe dat de Commissie van Beroep, anders dan de Geschillencommissie, geen aanleiding ziet voor een schadevergoeding door ASR aan de consument. “Voor de vergelijking wordt aangenomen dat deze consument zou hebben gekozen voor een ander type beleggingsverzekering of een vorm van fondsbeleggen met een losse overlijdensrisicoverzekering met eenzelfde dekking. Bij eenzelfde maandelijkse betalingsverplichting als in het ABC Spaarplan zou het kostenpercentage niet of nauwelijks anders zijn”, aldus de Commissie in een toelichting.
Repeterende aspecten
In de klachten over beleggingsverzekeringen ziet de Commissie een aantal aspecten regelmatig terugkomen. Is er voldoende informatie verstrekt? Is er sprake van een beleggingsadviesrelatie of een effectenrelatie? Is er voldaan aan de herstelplicht? Daarnaast komen de verwijten van ´oneerlijke bedingen´ en ´dwaling´ bij herhaling voor. Met deze drie uitspraken wil de Commissie van Beroep op een aantal aspecten een consistente lijn uitzetten.
Alle drie de uitspraken hebben betrekking op beleggingsverzekeringen die in 1999 zijn ingegaan. De Commissie van Beroep beoordeelt deze klachten op basis van de wet- en regelgeving en de binnen de verzekeringsbranche algemeen aanvaarde inzichten zoals die bij het sluiten van de verzekeringen golden.
Informatieplicht
In navolging van de Geschillencommissie oordeelt de Commissie van Beroep dat zowel ASR als ABN Amro tegenover de betreffende consumenten tekort is geschoten in haar informatieplicht. Vóór het afsluiten van de overeenkomst zijn ze onvoldoende geïnformeerd over de verschillende kosten en wat dat betekent voor het uiteindelijke beleggingsresultaat. Evenmin is aan consumenten de vereiste duidelijkheid gegeven over de samenhang tussen doelvermogen, prognoserendement, brutopremie en de kosten die ten laste van het belegde vermogen zouden komen. De uitspraak in de klacht over Zwitserleven is volgens de Commissie illustratief voor hoe een verzekeraar wel aan haar informatieplicht voldoet.
Beheerkosten
De Commissie van Beroep oordeelt dat wanneer de verzekeraar ervoor kiest om in de offerte en verzekeringsvoorwaarden slechts uiterst summiere informatie te geven over de in rekening te brengen kosten en geen melding maakt van specifieke kosten, zoals bijvoorbeeld beheerkosten (TER), de verzekeraar de gevolgen van die keuze moet dragen. “Een vermelding in de offerte dat ‘alle kosten’ in de voorbeeldkapitalen zijn verrekend, betekent nog niet dat de verzekeraar ervan mag uitgaan dat een consument door het tekenen van de offerte ook instemt met het in rekening brengen van andere kosten dan de kosten die in de polis en verzekeringsvoorwaarden zijn vermeld.”
Hefboom- en inteereffect
Voor het antwoord op de vraag of een consument voor het eventuele hefboom- en inteereffect gewaarschuwd had moeten worden, kijkt de Commissie van Beroep naar de specifieke omstandigheden. In de klacht tegen ABN Amro constateert de Commissie dat zelfs bij een rendement van slechts 0% de overlijdensrisicopremies gedurende de gehele looptijd van de verzekering konden worden betaald. In die omstandigheden is er volgens de Commissie geen verplichting om de consument nader te informeren over het hefboom- en inteereffect.
Dat is volgens de Commissie anders, wanneer er een reëel risico bestond dat bij voortijdig overlijden de voor die situatie toegezegde uitkering niet zou worden verstrekt. Dat specifieke geval deed zich voor in de klacht tegen Zwitserleven. Dan moet de consument vóór of bij het afsluiten van de beleggingsverzekering wel op dit bijzondere risico worden gewezen, aldus de Commissie van Beroep die vaststelt dat het daadwerkelijke nadeel dat de consument hierdoor heeft gehad, door Zwitserleven voldoende is gecompenseerd door toepassing van de Compensatieregeling in 2010.
Geen effectenproduct
De Commissie van Beroep gaat ook niet mee in de redenering van consumenten dat hun beleggingsverzekering materieel gezien een ‘effectenproduct’ zou zijn. De Commissie van Beroep ziet dan ook geen redenen om de normen zoals die voor effecteninstellingen golden in 1999 en 2000 voor een levensverzekeraar van toepassing te verklaren.
De betreffende uitspraken van de Commissie van Beroep: 2017-035, 2017-036 , 2017-037
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







