
Bijna 40% van de jongvolwassenen zet maandelijks meer dan een vijfde van hun inkomen opzij. Dat blijkt uit onderzoek van de Pensioenfederatie.
Het bedrag dat ze op hun spaarrekening storten, is groter dan wat ze uitgaven aan kleding, abonnementen of vervoer. Ze gaan met zorg om met hun geld, maar toch leeft er bij acht op de tien de angst of ze later genoeg geld zullen hebben voor hun pensioen. Waarvoor sparen jongvolwassenen? De belangrijkste drie redenen om geld opzij te zetten zijn ten eerste de welbekende noodpot, gevolgd door ‘grote uitgaven’ en tenslotte reizen/vrije tijd. De overgrote meerderheid van de jongvolwassenen (92%) vindt het zelf belangrijk om geld apart te zetten voor later. Het valt op dat driekwart van deze groep niet spaart als aanvulling op het pensioen. Slechts 5% laat zich aansporen door ouders/verzorgers. Vrienden en invloed van social media speelt hier nauwelijks een rol.
Sparen pal na consumeren
Vaste lasten nemen toe – ook voor jongvolwassenen. Naast kosten voor woning, verzekeringen en gas/water/licht, geven jongvolwassenen het grootste deel van hun geld uit aan boodschappen. De eigen spaarpot komt direct daarna. Daarbij valt op dat meer mannen geld apart zetten: 71% van de mannen spaart meer dan een tiende van hun inkomen, tegenover 63% van de vrouwen. Ook is er een groep die aangeeft te weinig te verdienen om te kunnen sparen. Dit speelt bij meer vrouwen (10%) dan mannen (5%).
Niet voor pensioen
Een kwart van de jongvolwassenen spaart maandelijks als (extra) spaarpotje voor het pensioen. De overige driekwart geeft aan niet te sparen voor het pensioen. Redenen om dat niet te doen zijn: de werkgever bouwt al pensioen op, het salaris is niet toereikend om aanvullend te kunnen sparen voor het pensioen – óf de ondervraagden vinden zichzelf te jong om zich druk te maken om het pensioen.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







