Achmea toetst schade- en contra-experts

3

De schadelabels van Achmea (Avéro, Centraal Beheer, FBTO en Interpolis) hebben op het onderdeel schade expertise de verzekeringsvoorwaarden aangepast en kwaliteitseisen opgenomen. Vanaf 1 juli gaan zij de te benoemen (contra)experts aan deze kwaliteitseisen toetsen.

Achmea wil dat haar klanten worden geholpen door schade-experts die goed opgeleid, deskundig, betrouwbaar en integer zijn. Dat geldt niet alleen voor de schade-experts die in dienst zijn van de eigen expertisedienst van Achmea, maar dus ook voor de contra-experts en de 3e experts die als arbiter worden benoemd. Om die redenatie kracht bij te zetten verwacht Achmea voortaan dat alle experts met wie zij samenwerkt ingeschreven zijn bij het NIVRE (of een vergelijkbare branchevereniging).

De branchevereniging voor individuele schade- en contra-experts stelt hoge eisen aan de inschrijving van deze experts in het register. Zij zijn verplicht tot het volgen van permanente opleidingen willen zij lid kunnen worden en blijven. Bovendien geldt voor de ingeschreven experts een klachtenreglement en is op deze experts tuchtrecht van toepassing.

Overgangsjaar

Contra-experts die op dit moment niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen, hebben van Achmea een brief ontvangen. Zij kunnen zich alsnog inschrijven als lid bij het NIVRE. Hierbij geldt een overgangstermijn van 1 jaar. Als de contra-expert bereid is vóór 1 juli 2019 lid te worden, dan beroept Achmea zich gedurende het overgangsjaar nog niet op de kwaliteitseisen. Degenen die niet aan de kwaliteitseisen willen voldoen, worden niet meer als contra-expert geaccepteerd.

Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.

Deel dit artikel

Over de auteur

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.

3 reacties

  1. eigendeskundige on

    Verzekeraars mogen zich niet bemoeien met de keuze van de contra-expert

    Op 5 oktober 2015 besteedde het televisieprogramma AVROTROS Radar aandacht aan contra-expertise – het inschakelen van een andere schade-expert naast de expert van de verzekeraar. Een lastig onderwerp en daarom beantwoordde algemeen directeur Richard Weurding van het Verbond van Verzekeraars de vijf meest gestelde vragen. De eerste vraag was: Wanneer kan een verzekerde een contra-expert inschakelen? Het antwoord van de directeur luidde: “Verzekeraars laten schades altijd onderzoeken en taxeren door goed gekwalificeerde deskundigen. Dat hebben we zelfs vastgelegd in de Gedragscode Schadeexpertise organisaties. Maar als een verzekerde het niet eens is met de schadebepaling of denkt dat die niet goed is uitgevoerd mag hij altijd zelf een deskundige inschakelen.”

    Amper drie jaar later blijken de woorden van Weurding gelogenstraft te worden door leden, en niet de minste, van datzelfde Verbond zoals Achmea, Avero, Centraal Beheer, FBTO en Interpolis

    Hoe zit dat?

    “Deze verzekeraars hebben in hun polisvoorwaarden bepaald dat verzekerde consumenten een contra-expert kunnen inschakelen als zij dat willen. De kosten daarvan komen niet altijd voor vergoeding in aanmerking op basis van een afgesloten verzekering. Ten eerste moet de keuze van de contra-expert door de verzekerde, de verzekeraar bevallen. Ten tweede bepaalt de verzekeraar of zij zich aan de wettelijke vergoedingsplicht van de kosten der contra-expert houdt of dat zij de keuze van de gedupeerde verzekerde afstraffen, door de kosten van de eigen deskundige niet te betalen”, parafrase EMH.

    Inleiding

    Verzekeraars, zoals bijvoorbeeld Avero, Centraal Beheer Interpolis en Unigarant (ANWB), verbieden sinds enige tijd haar verzekerden een vrije keuze, als het gaat om het aanstellen van een eigen expert: de zogenoemde contra-expert. Althans deze schadeverzekeraars stellen vergoeding van de kosten van zo’n eigen-deskundige en belangenbehartiger afhankelijk van het aanvaarden van een Gedragscode Expertiseorganisaties of zelfs lidmaatschap van het NIVRE door de contra-expert. Verzekeraars noemen dat in hun eigen taal: “Uw verzekeraar stelt gelijke kwaliteitseisen aan alle te benoemen schade-experts” en “Assuradeuren vinden het belangrijk dat alle experts waarmee zij samenwerken ingeschreven zijn bij het NIVRE of een vergelijkbaar instituut. Hiermee willen wij bereiken dat alle experts die bij de schadevaststelling van haar klanten zijn betrokken van een hoog en gelijkwaardig kwaliteitsniveau zijn. Ook vinden wij het belangrijk dat alle experts onder klacht en tuchttoezicht staan zodat de integriteit, betrouwbaarheid en deskundigheid voortdurend worden gewaarborgd”.

    Verzekeraars lijken daarbij niet te sturen op kwaliteit, objectiviteit of professionaliteit, nu immers een grote groep van zeer deskundige experts (deskundigen die zijn aangesloten noch zich hebben vastgelegd aan de NIVRE-Gedragscode, bij het NIVRE of vergelijkbare belangenpartij), de genoemde Gedragscode niet als vanzelfsprekende code of conduct gebruiken. Deze deskundigen zijn echter wel goed geëquipeerd en ook integer genoeg om de schadeomvang in de kwestie van u vast te stellen. Denkt u bijvoorbeeld aan een in Delft of Enschede opgeleide ingenieur, een Registeraccountant, een gecertificeerd taxateur van inboedels, inventarissen of bijvoorbeeld een Gediplomeerd Gerechtelijk Deskundige. Deze groep van deskundigen, al dan niet georganiseerd in verenigingsverband of aangesloten bij een standsorganisatie, wordt letterlijk buitengesloten. En dat door adhesie van een NIVRE, waar experts bij aangesloten zijn met niet veel meer als een paar jaren voortgezet onderwijs en waarbij zelfs in het aanvangsjaar honderden titels van “registerexpert” cadeau zijn gegeven.

    Wat is een gedragscode?

    Een gedragscode is: een, via zelfregulering voor een bepaalde organisatie of beroeps- groep tot stand gekomen, code die normen bevat waaraan die organisatie, respectievelijk de leden van die beroepsgroep zich dienen te houden. Er is opvallend weinig literatuur over niet-wettelijk tuchtrecht volgend uit gedragscodes. Wellicht komt dat doordat deze vorm van tuchtrecht in beginsel weinig uniformiteit kent door de versplintering over de vele beroepsgroepen en verenigingen en de variëteit in de uitvoering die uit die versplintering voortvloeit. Daarnaast ontbeert verenigingstuchtrecht een wettelijke basis, het is immers een vorm van particuliere rechtspraak. Alleen al binnen één overkoepelende vorm van verenigingstuchtrecht blijken in de praktijk de nodige verschillen. Zo kent het sporttuchtrecht in de uitvoering door bijvoorbeeld de KNVB andere kaders dan de tuchtcommissie van de Koninklijke Nederlandse Hockey BOND (KNHB) en kent ook het kerkelijk tuchtrecht meerdere varianten die per geloofsstroming kunnen verschillen. Parallel hieraan kent het begrip “integriteit” van het NIVRE weer andere kaders dan integriteit van de vereniging waar ik sinds 2007 lid van ben: de in 1951 opgerichte IAAI

    De Gedragscode expertiseorganisaties is ontwikkeld door het Verbond van Verzekeraars en vertegenwoordigers van de als expertiseorganisaties aangemerkte expertisediensten van verzekeraars (de zogenaamde loondienst-experts). Binding door derden (verzekerden, adviseurs, contra-experts) is nimmer beoogd. Zelfstandige experts die weigerden te ondertekenen, met als argumenten o.a. dat dit de vrijheid en de onafhankelijkheid die noodzakelijk is voor de uitoefening van hun beroep in gevaar zou kunnen brengen, werden genegeerd of -net zoals nu aan de orde is- onder druk van het intrekken van vergoedingen of taxatieopdrachten overgehaald.

    Tegenstanders van het organiseren der schade-experts door verzekeraars, wezen ook op de moeizame wijze waarop schadeverzekeraars in het NPP (thans de Letselschaderaad) slechts de meest eenvoudige ongrijpbare Gedragsnormen tot stand brengen. Kennelijk omdat daardoor het belang van deze open normen gering geacht moest worden.

    De code is specifiek gericht op de activiteiten van de expertisebranche. De Gedragscode expertiseorganisaties werd in 2003 vastgesteld. De gedragscode beoogt “een hoogwaardig en transparante dienstverlening” door experts die voor schadeverzekeraars werk verrichten. Dit is van belang voor verzekeraars nu deze experts, gezien hun directe relatie met verzekeraars, in het kader van de schaderegeling sterk bijdragen aan de beeldvorming van de gehele verzekeringssector en ook de klanten van verzekeraars. Prettig communicerende, netjes ogende en integer overkomende experts, feitelijk het visitekaartje van de verzekeraar, blijken de acceptatiegraad van lage schadebedragen positief te beïnvloeden.

    Inhoud

    In de code wordt ruim omschreven wat consumenten en andere verzekerden mogen verwachten van verzekeringsexperts en hun organisaties. Als voorbeeld mag gelden de norm “Integriteit”, iedere lezer heeft waarschijnlijk een ander beeld bij dat begrip.

    Duidelijk is dat deze private regelgeving niet afkomstig is van een wetgevende macht en een wettelijke grondslag daarmee ontbeert. Vanzelfsprekend is private regelgeving van betekenis voor de partijen die zich daaraan hebben geconformeerd door mede-ondertekening van deze Gedragscode.

    Meerdere bezwaren tegen het opdringen van private regels door verzekeraars

    De eis van een “verplicht lidmaatschap, althans verplichte gehoorzaamheid aan regels van het NIVRE” past, als eerste bezwaar wat spreekt tegen het ingenomen standpunt van uw verzekeraar, niet in de Nederlandse rechtscultuur. Hier ten lande kennen wij -wettelijke uitzonderingen daargelaten- geen lidmaatschapsplicht maar een lidmaatschapsrecht. Het verplicht lid zijn van de Orde van Advocaten of een Vereniging van Eigenaars zijn uitzonderingen op de regel. Verzekeraars kunnen daar als private partij niets aan af doen, althans zij doen dat tevergeefs.

    Als tweede bezwaar heeft te gelden, het vaststaande feit dat de grote spelers, binnen het NIVRE en de expertisemarkt, de dienst uitmaken. Wat een verzekeraar een goede expert vindt is aldus in deze NIVRE-gemeenschap de meetlat of kwaliteitsnorm. Eén, slechts ter verduidelijking, voorbeeld: Een -ten voordele van de verzekeraar- maar te laag en dus foutief vastgestelde schadehoogte, is -in de ogen van de de betalende verzekeraar desondanks, toch deskundig en adequaat gedaan. Althans het is een “zakelijk, professioneel en aanvaardbaar resultaat van geven en nemen”. Bovendien mag de verzekeraar volgens staande jurisprudentie van de Raad van Toezicht Schadeverzekeringen, afgaan en koersen op wat haar door deskundigen wordt meegedeeld”. De verzekerde consument heeft in de regel onvoldoende kennis van polis, Wet en praktijk om tegengas te geven bij kwesties die vaststelling van schadehoogte betreffen en laat het erbij zitten.

    Zo’n dergelijk onjuiste wijze van werken of vervaging van waarderingsnormen en onjuiste standpunten ook nog eens uitdragen in het NIVRE, is ongewenst. Hierdoor wordt immers de informatie asymmetrie en invloed zijdens verzekeraars vermeerderd. Daar komt bij dat grote expertisebureau’ s zich beter en langer verzetten tegen de mening van een individueel NIVRE lid of gedupeerde consument.

    De derde reden waarom de verplichting om lid te worden van het NIVRE moeilijkheden oplevert is de eis van het NIVRE om zich collectief te verzekeren tegen aansprakelijkheid. Hierdoor hebben de leden een perverse prikkel om binnen de kaders te blijven, om maar geen moeilijkheden met “hun” NIVRE-WAB-verzekeraar te ondervinden. Het hoeft geen betoog dat dat, althans niet zonder meer, NIET in het belang is van de gedupeerde verzekerde; voor wiens belangen de eigen expert dient op te komen.

    De vierde reden om geen aansluiting te zoeken bij het NIVRE is dat de NIVRE een stichting blijkt te zijn, waarvan het bestuur en beleid mede wordt gevormd door aangesloten verzekeraar-experts die in het bestuur en commissies zitting hebben. OPMERKELIJK is dat de Portefeuille “Toelating – Opleiding” van het NIVRE wordt beheerd door de heer J. van de Berg van de Achmea Claims Organisatie. Aldus kan zich de situatie voordoen dat een contra-expert en zich zou willen aansluiten bij het NIVRE, zich dient te verantwoorden bij een verzekeraar-werknemer, die juist beperking van onafhankelijke experts nastreeft.

    Ten vijfde. Zo’n “lidmaatschaps- of Gedragscode-eis” van de verzekeraar is niet invoelbaar of voor de hand liggend, nu het immers de verzekerde (en niet de verzekeraar) is die zaken doet met zijn/haar expert. Aldus is het de (handelingsbekwame) verzekerde die zijn eigen criteria mag aanleggen, om tot een keuze te geraken van zijn eigen deskundige of zijn vertrouwenspersoon. Ondeskundige experts (om een contradictio in terminis te misbruiken) zijn reeds door de tucht van de Nederlandse expertisemarkt, NIET economisch levensvatbaar. Naar een slechte expert zal, net zo min als een rotte appel, immers geen vraag zijn.

    Private regels zijn in dit geval in strijd met de dwingende regels van de Wet

    De vraag is bovendien of titel 7.17 verzekeraars het recht en de ruimte geeft om een dergelijke gehoorzaamheids-voorwaarde te stellen. In ieder geval is die ruimte er niet binnen artikel 7:959 lid 1 BW. Voor het geheel inhouden of verminderen van de uitkering voor expertisekosten, op deze grondslag, is vereist dat, ofwel het inschakelen van de expert onredelijk was, ofwel dat de gerekende kosten niet redelijk zijn. En hoewel beide vragen beantwoord moeten worden aan de hand van alle omstandigheden van het geval, betreft het daarbij, slechts de omstandigheden in relatie tot de opgetreden schade: had verzekerde redelijkerwijs bijstand nodig bij de schadeafwikkeling en blijven de kosten die daarmee gepaard zijn gegaan binnen redelijke proporties. Preventieve gebods of verbodsbepalingen, zoals het verplichte lidmaatschap van het NIVRE, dragen niet bij aan een vrije keuze.

    Binnen een redelijke uitleg van art 7:959 BW past niet een (voor)oordeel over de persoon van de expert en al helemaal niet of deze lid is van een vereniging, welke vereniging dan ook. Zo’n enkele inschrijving (bij een belangenvereniging van experts) is doorgaans immers onvoldoende om iets zinnigs te zeggen over de gevraagde en toegepaste deskundigheid van een deskundige en voor alles onpartijdigheid en onafhankelijkheid in de specifieke omstandigheden van het geval.

    Daar heeft ook nog het volgende bij te gelden. Van artikel 7:959 lid 1 kan niet kan worden afgeweken: dir wordt expliciet bepaalt door artikel 7:963 lid 6 BW, alwaar is opgenomen: “Van artikel 959 lid 1 kan niet ten nadele van de verzekeringnemer of de verzekerde worden afgeweken voor zover de in dit lid bedoelde kosten niet het bedrag overschrijden dat gelijk is aan de verzekerde som en de verzekeringnemer een natuurlijk persoon is die de verzekering anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gesloten.” Lezing leidt geenszins tot de conclusie dat artikel 7:959 lid 1 BW voorschrijft dat experts ingeschreven moeten haar bij het NIVRE (of een vergelijkbaar instituut).

    Eerder wordt er door de verzekeraar gebruikte voorwaarden afbreuk gedaan aan hetgeen in artikel 7:959 lid 1 BW is bepaald en leidt de onderhavige bepaling tot een (algemene) beperking van het recht van de verzekerde de redelijke kosten ter vaststelling van de schade op de verzekeraar te verhalen. Dit soort beperkingen is ongewenst nu daardoor een verzekerde tot de beslissing gebracht kan worden “dan maar” geen eigen deskundige in te schakelen en aldus een mogelijkheid van “equality of arms” tegenover een sterkere partij op te geven.

    Daar komt nog bij dat ik niet inzie dat een lidmaatschap van een stichting (hoe dat ook verder vorm gegeven wordt, nu stichtingen geen leden maar donateurs kennen), van doorslaggevende betekenis is als het gaat om de door verzekerde verlangde deskundigheid in het specifieke geval. Dat inzicht wordt ook niet geboden door de verzekeraars.

    Mag een verzekerde tenminste vrijelijk zijn/ haar eigen adviseur selecteren?

    Mijn stelling is dat een dergelijk inmenging in de keuze van een eigen-deskundige door de verzekerde, in het algemeen juist niet door verzekeraars behoort te worden gedaan. Daartoe ontbreekt het simpelweg aan voldoende vertrouwen jegens “die schadeverzekeraars met hun kleine lettertjes en hun advocaten met grote brieven”. De recht tegenover elkaar staande financiële belangen zijn veelal ook te groot. Wat is overigens te denken van een verzekeraar die aanstuurt op de exclusieve vaststelling van haar betalingsverplichting uit de wederkerige overeenkomst door haar eigen werknemer? Dat is vragen om integriteitskwesties.

    Verzekeraars in deze kwestie zitten op stoel van de regelgever, bestuurder, handhaver, rechter en beul en breidt vijf hoofdrollen uit met de rollen van opleider, lidmaatschapswerver en carrièrebeëindiger en waker over de objectieve integriteit (allemaal volgens de normen en ideeën van uw eigen verzekeraar). Deze discussie zal een verzekerde, thans zonder schade, als klein bier voorkomen. De toekomstige gedupeerde mist echter de paradox. Om te voorkomen dat hem het recht op een eigen expert verkeerd wordt voorgesteld, op het moment dat hij schade heeft, dient nu geprotesteerd te worden.

    (De bovenstaande opinie is op persoonlijke titel geschreven door mr Eric M. Horssius, MIAAI, Gediplomeerd Gerechtelijke Deskundige en beëdigd taxateur in onroerende goederen. Hij is senior expert bij Krantz et Polak RESOLVE, contra-experts die zich uitsluitend bezig houden met de hulp aan gedupeerden en bewust geen lid zijn van het NIVRE.)

  2. Amper 5 maanden later is die perverse poging van Achmea (Interpolis) om zich te bemoeien met de keuze van een eigen deskundige en vertrouwenspersoon door de verzekerde hard afgestraft door de rechter te Apeldoorn. Wat vrije en onpartijdige experts al voorspelden blijkt de juridische werkelijkheid: allerlei kolderieke beperkende voorwaarden kunnen zo weer de vuilnisbak in. Zie: https://www.amweb.nl/schade/nieuws/2018/11/kantonrechter-interpolis-moet-ook-kosten-vergoeden-van-schade-expert-die-geen-nivre-lid-is-101114089

    Wat overblijft is de echo van het grootste en sterkste jongetje van de klas om met de hulp van geweld en spierkracht zijn wil op te leggen aan mensen van vlees en bloed. Dat in dit geval de draak van het schoolplein geholpen werd door polisschrijvers en juristen, maakt de kwestie slechts extra wrang.

  3. Op 5 december 2018 bracht de website verzekeringsklachten een -in dit verband van onjuiste acties van schadeverzekeraars tegen hun eigen verzekerden- surprise. De voorman van deze club heeft op de verjaardag van Sint Nicolaas aangifte gedaan bij de ACM tegen 11 (elf) verzekeraars die de kluit bedotten en verzekerden opzadelen met allerlei nonsens verplichtingen.

    De actie van Rietveld is een begrijpelijke “actie reactie” op de
    corrumperende macht van schadeverzekeraars. Zodra polismannetjes van
    verzekeraars het idee hebben dat ze met alles weg komen omdat de
    politiek en ambtenaren geen tegenspel kunnen bieden, schrijven ze de
    dwaaste verplichtingen voor verzekerde op en omschrijven zij hun eigen
    plichten nog nauwelijks. Amper 5 maanden na de introductie is die
    perverse poging van Achmea (Interpolis) om zich te bemoeien met de keuze
    van een eigen deskundige en vertrouwenspersoon door de verzekerde hard
    afgestraft door de rechter te Apeldoorn. Wat vrije en onpartijdige
    experts al voorspelden blijkt de juridische werkelijkheid: allerlei
    kolderieke beperkende voorwaarden kunnen zo weer de vuilnisbak in.

    Zie: https://www.amweb.nl/schade

    Wat overblijft is de echo van het grootste en sterkste jongetje van de klas
    om met de hulp van geweld en spierkracht zijn wil op te leggen aan
    kleinere mensen van vlees en bloed. Dat in dit geval de draak van het
    schoolplein geholpen werd door polisschrijvers en juristen, maakt de
    kwestie slechts extra wrang. Alleen al het gebrek aan protest, het
    wegkijken van verantwoordelijken, het heulen met tekortschietende
    leiding en het achter vlaggen aan marcheren dient door de ACM
    veroordeeld te worden.