
Het kabinet wil dat het advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de beoordeling van re-integratie. Daarmee moet meer duidelijkheid ontstaan voor werkgevers bij langdurig zieke werknemers.
Het voorstel is opgenomen in een wetswijziging die ministers Aartsen en Vijlbrief hebben voorgelegd aan de Raad van State. Doel is onder meer om onzekerheid bij werkgevers te verminderen en de druk op het UWV te verlagen.
Werkgevers zijn verplicht om tijdens de eerste twee ziektejaren loon door te betalen en zich in te spannen voor re-integratie. Na deze periode beoordeelt het UWV via de zogeheten RIV-toets of voldoende inspanningen zijn geleverd.
In de nieuwe situatie wordt het oordeel van de bedrijfsarts leidend bij deze toets. Volgens het kabinet weten werkgevers daarmee beter waar zij aan toe zijn en wanneer zij aan hun verplichtingen hebben voldaan.
Daarnaast moet de wijziging ervoor zorgen dat verzekeringsartsen van het UWV minder tijd kwijt zijn aan deze beoordelingen, waardoor meer capaciteit vrijkomt voor WIA-keuringen.
Voorschotten niet terugbetalen
Het wetsvoorstel regelt ook dat voorschotten op een WIA-uitkering niet hoeven te worden terugbetaald als achteraf blijkt dat iemand geen of een lagere uitkering krijgt.
Deze maatregel moet voorkomen dat mensen door lange wachttijden bij het UWV later met terugvorderingen worden geconfronteerd. De kosten van kwijtgescholden voorschotten blijven ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Aanpassingen Wajong
Daarnaast bevat het voorstel wijzigingen in de Wajong. Zo behouden mensen die vijf jaar hebben gewerkt en voldoende verdienen hun recht op een uitkering als zij werken onder bepaalde voorwaarden, zoals met loonkostensubsidie of in een beschutte werkplek.
Het wetsvoorstel wordt nu beoordeeld door de Raad van State.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







