
Een hypotheekadviseur heeft zijn zorgplicht geschonden door een klant onjuist te informeren over de toepasselijkheid van een meeneemregeling. Dat oordeelt de Geschillencommissie van Kifid, die de adviseur verplicht tot het vergoeden van 17.181 euro aan schade.
De uitspraak betreft een consument die na het beëindigen van zijn relatie een nieuwe woning kocht en daarbij zijn bestaande lage hypotheekrente wilde meenemen. De adviseur ging er bij het adviestraject ten onrechte van uit dat de consument gebruik kon maken van de meeneemregeling van de bank. Volgens Kifid had de adviseur moeten onderkennen dat hieraan niet werd voldaan en de consument daar expliciet op moeten wijzen, blijkt uit een bindende uitspraak van 15 december 2025.
De consument had in 2020 samen met zijn toenmalige partner een woning gekocht met een hypotheek bij Aegon, waarin een meeneemregeling was opgenomen. Na de relatiebreuk droeg hij zijn eigendomsdeel in de woning over aan zijn ex-partner, waarbij de hypotheek volledig werd afgelost. In het adviestraject voor de aankoop van een nieuwe woning ging de adviseur ervan uit dat de consument de rente en rentevaste periode kon meenemen, een aanname die later door de bank werd gecorrigeerd.
Onvoldoende duiding van voorwaarden
De Geschillencommissie stelt vast dat de adviseur tekort is geschoten door niet duidelijk te maken dat de meeneemregeling alleen van toepassing was bij een volledige, onderhandse verkoop van de woning. Volgens de commissie had de adviseur de consument moeten informeren dat overdracht van slechts het eigendomsdeel aan de ex-partner niet voldeed aan de voorwaarden, maar dat een gezamenlijke verkoop wel tot behoud van de rente had kunnen leiden.
Doordat deze informatie ontbrak, is de consument volgens Kifid een reële kans ontnomen om samen met zijn ex-partner een alternatieve keuze te maken. De commissie acht aannemelijk dat er een aanzienlijke kans bestond dat zij in dat geval tot verkoop van de woning zouden zijn overgegaan.
Beperkte schadevergoeding
Bij de vaststelling van de schade houdt Kifid rekening met onzekerheden. Zo acht de commissie het niet realistisch om het renteverschil over de volledige resterende rentevaste periode van zeventien jaar te vergoeden. Ook past zij een correctie toe vanwege de kans dat de alternatieve situatie zich daadwerkelijk had voorgedaan. Uiteindelijk wordt de schade vastgesteld op 17.181 euro, te vermeerderen met wettelijke rente.
De vorderingen tot terugbetaling van advieskosten en vergoeding van expertisekosten wijst de commissie af. Volgens Kifid heeft de consument wel degelijk profijt gehad van het verleende hypotheekadvies en is onvoldoende aangetoond dat de expertisekosten door de consument zelf zijn gedragen.
De uitspraak is bindend voor partijen.
Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.







