AFM: aflossingsvrij is soms de beste oplossing

0

De AFM kiest nadrukkelijk een andere invalshoek dan de ECB als het gaat om de aflossingsvrije hypotheek. Jos Heuvelman, bestuurder van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), zegt dat er in Nederland nog altijd ruimte is voor aflossingsvrije leningen. Daarbij noemt hij een aandeel van 50% aflossingsvrij ‘acceptabel’.

‘ECB kijkt naar banken, wij naar de consument’

Zijn uitspraken tijdens het Outvie Hypothekenevent zijn opvallend, omdat de Europese Centrale Bank (ECB) en DNB de afgelopen jaren juist herhaaldelijk waarschuwden voor de risico’s van aflossingsvrije hypotheken. Volgens Heuvelman redeneert de AFM vanuit een fundamenteel andere invalshoek dan de ECB. Waar Frankfurt op macro niveau vooral kijkt naar de systeemrisico’s van banken, zegt de AFM juist te focussen op het financiële welzijn van consumenten.

Die spanning komt expliciet aan bod tijdens de vragenronde. Een bezoeker vraagt hoe de AFM in het licht van de kritische houding van de ECB aankijkt tegen aflossingsvrij. Heuvelman stelt dat de AFM aflossingsvrij niet primair benadert als systeemrisico, maar toetst of het product in individuele gevallen passend (geadviseerd) is of kan zijn. Daarmee laat hij ruimte voor aflossingsvrij als instrument dat – mits verantwoord toegepast – kan bijdragen aan betaalbaarheid en financiële flexibiliteit.

AFM: pensioenstelsel maakt aflossingsvrij verdedigbaar

Heuvelman noemt vervolgens het Nederlandse pensioenstelsel. Volgens hem maakt dat de situatie in Nederland uniek, waardoor de aflossingsvrije hypotheek hier anders beoordeeld moet worden dan in andere landen. Het inkomen van veel huishoudens valt na pensionering niet drastisch weg, maar blijft relatief stabiel. Heuvelman: “We hebben een heel goed pensioenstelsel. Dus je hoeft niet per se je woning afgelost te hebben op die 65.”

De boodschap van de AFM is dus helder: aflossingsvrij is niet per definitie een risico, omdat de financiële draagkracht van veel huishoudens ook na hun werkzame leven overeind blijft. Waar toezichthouders vaak omzichtig formuleren, spreekt Heuvelman hier vrij direct: “Er is in Nederland plaats voor aflossingsvrije hypotheken”. Heuvelman voegt er zelfs aan toe dat aflossingsvrij in bepaalde gevallen de beste oplossing kan zijn.

50% is een duidelijke grens

Tegelijkertijd maakt de AFM-bestuurder duidelijk dat hij niet terug wil naar de excessen uit het verleden. Hij verwijst naar de tijd dat aflossingsvrije hypotheken in veel ruimere mate mogelijk waren. Daar zet hij een harde streep door. Daarmee erkent hij impliciet de kritiek die toezichthouders jarenlang hebben geuit dat het product risicovol kan worden als consumenten structureel te weinig aflossen, te hoog financieren of onvoldoende buffers hebben.

Die kritiek betekent volgens hem niet dat het product als zodanig moet verdwijnen. In de praktijk hanteren veel geldverstrekkers een maximum van 50% aflossingsvrij. Heuvelman zegt daar “prima mee uit de voeten” te kunnen. De uitspraak “die 50% is wat mij betreft acceptabel” is opvallend, omdat hiermee een AFM-bestuurder publiekelijk een duidelijke grens bevestigt met een helder getal.

Daarbij onderstreept hij uitdrukkelijk dat het adviesvak essentieel blijft om te bepalen wanneer aflossingsvrij wel of niet past. De AFM vertrouwt erop dat adviseurs de risicogroepen eruit filteren, zolang de productstructuur op macroniveau beheersbaar blijft.

Weinig problemen bij oude hypotheken

Een tweede opvallend punt is hoe ontspannen Heuvelman spreekt over bestaande aflossingsvrije leningen van oudere huishoudens. Waar al jaren wordt gediscussieerd over ‘de aflossingsvrije bom’, lijkt Heuvelman dat beeld te relativeren. Hij stelt dat veel oudere klanten de lening lang geleden hebben afgesloten en dat de woningwaarde in veel gevallen sterk is gestegen, waardoor de schuld relatief klein is geworden. Hij verwacht dat daar niet al te grote problemen uit gaan komen.

Heuvelman benoemt vervolgens expliciet waarom de ECB er anders in zit. Volgens hem ligt de focus van de ECB niet bij consumenten, maar op banken en de stabiliteit van het financiële systeem. Volgens Heuvelman kijkt de ECB vooral naar risico’s voor banken. Over die risico’s zegt hij: “En die zitten niet bij een 70-jarige met een LTV van 20.”

AFM accepteert verschillen tussen aanbieders

Minstens zo opvallend is wat Heuvelman zegt over het gelijke speelveld. In de markt is al langer discussie over het feit dat sommige aanbieders strenger zijn dan anderen, waardoor consumenten en adviseurs te maken krijgen met grote verschillen in acceptatiebeleid.

Een vraagsteller benoemt dat sommige aanbieders straks wel ruimte bieden voor aflossingsvrij en andere niet of onder specifieke voorwaarden. Heuvelman toont weinig behoefte om dat gelijk te trekken. Hij vindt het prima als consumenten bij de ene aanbieder iets anders kunnen krijgen dan bij de andere, zolang de kaders maar helder zijn. Het is aan de aanbieders zelf om te kijken hoe ze de ruimte tot 50% aflossingsvrij gebruiken, zegt Heuvelman.

“Kiest de aanbieder voor maximaal 40%, dan heeft hij een ander productaanbod”, aldus Heuvelman. Daarmee lijkt de AFM zich op dit dossier expliciet niet op te stellen als toezichthouder die uniformiteit afdwingt. De ruimte binnen de 50%-norm mogen aanbieders zelf invullen. Daarmee laat Heuvelman ruimte voor verschillen tussen aanbieders.

Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.

Deel dit artikel

Over de auteur

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.

Reacties